Discontent zonder inhoud

19 juni 2019

These our actors./ As I foretold you, were all spirits and/ Are melted into air, into thin air – Shakespeare

Het is het geroezemoes van de afterparty dat in de oren kruipt van de bedwelmde feestganger die op de bank in slaap is gevallen en daar, zich mengend met de de geesten van zijn verleden, stem wordt. Tijdens deze zweterige droomnachten zetten de chimerische klankresiduen van spijt en schuld speciaal voor mij de maskers op van alle ex-vriendinnen die ik me kan herinneren. Ze spreken door elkaars monden hun verwijten uit, en maken me steevast uit voor de ultieme Ephialtes.

Het zijn de woeste binnenstormen van een slapende schuldenaar op leeftijd. Hun grondslagen verschillen net als de stemmen waarmee ze worden uitgesproken, de teneur doet ze samenvallen in een toon. Ze zijn, droom of niet, een hard geworpen steen. Het is de leeftijd, uiteindelijk val je voor wroeging en schuldgevoelens en wordt men als boetedoening een soort oude christen, van het slag Augustinus. Toch heb ik liever die feeks-geworden liefdes met hun pijnlijk terechte verwijten dan de stem op dit moment mijn hoofd volledig vult, terwijl ik sjokkend de vijf kilometer afleg die het ‘Kennemer Werkplein Zuid-Kennemerland en IJmond’ en mijn woning scheiden. Liever het valse gezang van mooie wraakgeesten in de nacht, dan die ene luide stem van de schemergod der mislukking. Na vijf jaar worstelen in de BV Nederland toch weer moete aankloppen voor de bijstand. Schaamte is mijn deel, niets meer, niets minder.

Aan de noordelijke zijde van het station zie ik, geflankeerd door de NS-fietsenstalling en het oude foeilelijke, inmiddels tot op het bot verhipsterpipsterd en tot kantoortuinparadijs verherbouwde VROM-gebouw, de werkplek van mijn oude werkgever, een niet onverdienstelijk reclamebureau. De ruimte is een kubusvormige kas, met glaswanden aan alle zijden en rustend op enkel een raamloze benedenverdieping. Forenzen die gebruik maken van spoor 8 kunnen neerkijken op de bureaus en kijken een tweede maal recht het kantoor in als ze hun fiets op de eerste verdieping van de fietsenstalling halen. Ik heb nooit helemaal kunnen wennen aan de exhibitionistische glazigheid van die ruimte, zoals ik me ook nooit thuis heb gevoeld in de iedereen-bij-iedereen-kantoortuin die daarin was opgetrokken. Naast de verhitte broeikastsferen waarin ik mijn teksten (content dus) probeerde te ontkiemen waren al mijn collega’s voortdurend in de storende nabijheid. Ogen van de Ander. De slogan onder het trotse logo dat aan de straatkant pronkt, zegt me even genoeg; ‘Content met Inhoud’. Het is een wat simplistische trouvaille misschien, maar het past perfect in de content-epoche waarin we inmiddels allemaal geworpen zijn. Even denk ik aan de jaren negentig, toen ik me even frivool als kortstondig de identiteit van een actievoerende antiglobalist had aangemeten. Toen was ‘branding’ al een ding, en keken we met Naomi Klein (No Logo ) vol argwaan naar de levensnormerende brands van – toen – bedrijven als Nike en McDonald’s. De dwang van de wereldmerken. Toen was ‘content’ nog niet content met inhoud, maar exclusief voorbehouden aan een kleine groep oppergoden op de Olympus van de mondiale economie. Het web heeft inmiddels ontelbare schillen tussen consument en producent gesponnen en achter een sociaal medium, of veeleer de relaties die het sticht, verborgen. Nu zijn ook de miljarden kleipoppetjes van Zeus dragers en overdragers van content geworden. Onze ziel is content geworden, en bezieling het vermogen anderen met een mooi identiteitsverlenend woord tot een koop of verkoop te zetten, natuurlijk met het eigen zelf als overdrachtelijk en ondernemend voorbeeld. Rij een overgesubsidieerde Tesla en maak u druk over de te goedkope vliegtickets waarmee uw laagbetaalde werkvolk het milieu nog steeds kan vernaggelen. Stem GroenLinks. Betaal uw werknemers niet te hoge lonen, zodat zij de huizenmarkt niet verder kunnen opwarmen en – belangrijker – u genoeg geld overhoudt om in een extra huis te investeren. Stem VVD. Het zijn tendensen van het content-kapitalisme, veel meer dan bewuste intenties. ‘Contentueer uzelve’, zou een contemporaine Pythia kunnen orakelen. Content met Inhoud komt me nu even voor als dubbelzinnige vloek die ik liever vertaal naar ‘discontent zonder inhoud’ en op mijzelf toepas. Klein voel ik me, naast unheimisch en boos. Ik ben een fossiel. Al best een tijdje.

Het verraderlijke geitenpaadje naar de content-tijd heb ik nog niet gevonden. Mogelijk heb ik het nooit willen zoeken. Wel weet ik de weg naar het ‘Werkplein’ te vinden alwaar ik me met de moed er wanhoop meldt voor het aanvragen van een bijstandsuitkering. Loser, c’est moi. Mijn déjà-vu van vijf jaar geleden begint als ik wordt doorverwezen naar een ambtenaar die wat verveeld haar lunchpakket weglegt en mij half-smakkend gebaart dat ik toch echt mag komen. Het is mij vergund. Eind vijftig schat ik haar. Halflang grijzend haar, een mollige lijf en gestoken ietwat fletse kleding em een zachtheid in haar bebrilde ogen die de zakelijke staar zo nu en dan doorbreekt. Ze spreekt licht-dwingend, ‘tuurlijk zij is de gever, ik de ontvanger, maar doet dat vriendelijk en beleefd. Professioneel dus. Ze lijkt me een goedbedoelend mens die door de wol geverfd feilloos aanvoelt hoe ze mij, deze bijstandsvrager behandelen moet. Een mens mét content, het moet gezegd. De eventuele inhoud doet er niet toe. Het is de eerste geest in de openingsact van mijn tweede bijstandstragedie. Gesmolten in dunne lucht is ze nog lang niet.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *