Open Brief aan David, Loopbaanbegeleider bij PASMATCH

Sinds ik weer terug ben in Nederland, heb ik geen werk kunnen vinden, Ik was daarom genoodzaakt een bijstandsuitkering aan te vragen. De onderstaande brief spreekt tot David, Loopbaanbegeleider/Intercedent bij PASMATCH/Personeelsdiensten. PASMATCH heeft van de Sociale Dienst van de Gemeente Haarlem de opdracht geaccepteerd om mij naar werk te ‘bemiddelen’.

PASMATCH is een onderdeel van Paswerk. Paswerk is de sociale onderneming van de vijf gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland. Pasmatch is het detacheringsbureau, belast met integratie van nieuwkomers, verder bestaat het uit een leerbedrijf en een soort sociale werkplaats. Voor een eventuele reactie kunt u hen bereiken op: telefoon: 023 54 34 767 e-mail: info@paswerk.nl .
“Paswerk realiseerde in 2013 65.000 euro positief. Dat betekent dat de vijf samenwerkende gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland geen (structurele) gemeentelijke bijdragen aan hun bedrijf Paswerk hoeven te verstrekken (citaat van de site).” Ook in 2012 hadden ze een positief resultaat van 62.000 euro.

De website van PASMATCH is uitsluitend gericht op WERKGEVERS en hun voordelen bij de detacheringsconstructie. Zie: http://www.paswerk.nl/pasmatch PASMATCH wordt (of werd t/m 2013) deels gefinancierd uit EU fondsen.

David en ik hadden een eerste gesprek op 24 september om half tien ‘s morgens bij de gemeentelijke dependance aan de Zijlvest. Het werd een boeiend gesprek.

—————————————————————————————

Haarlem, 24-09-2014

Beste David,

Tijdens ons gesprek vanmorgen belande ik weer even in Irak. Het was mij niet direct duidelijk waarom. Zo zag ik jou, gebogen over de twee A4tjes van mijn curriculum vitae, zo bevond me in Suleymaniyah, in een van die oude, donkergeel getinte betonnen gebouwen van de Assaish, de Koerdische politie.
Een dagdroom. Ploeterend zocht ik door een volstrekt ondoorgrondelijk ambtelijk labyrint de weg naar de verlenging van mijn visum. Jonge jongens, gestoken in een oud Amerikaans Desert Storm-uniform en met indrukwekkende Kalashnikovs strak op hun schouders gebonden, begeleidden mij naar het zoveelste imposante bureau van waarachter steevast de afdelingschef, een veertiger met snor, meestal rokend en achterovergeleund in zijn fauteuil verveeld voor zich uit staarde. Na lang praten zette hij een stempel op een vaag document waarmee ik eindelijk toegang kreeg tot de volgende fase in het proces. Een visum regelen nam soms wel een half jaar in beslag. Toen vond ik dat nog kafkaësk, David.

In Irak is de overheid de voornaamste werkgever en de bureaucratische processen zijn  bewust langs vele schijven en omwegen ontworpen om zoveel mogelijk baantjes te creëren. Kun je je dat voorstellen David? Dat is een echt andere wereld, daar worden gewoon baantjes gecreëerd voor de werklozen.

Ondertussen was jij nog half lezend begonnen met het luid stellen van je eerste vragen:

Je bent werkloos, wat is jouw probleem?!!!

Niet dat jouw verschijning mij onmiddellijk aan Irak deed denken: jouw witte voorhoofd, harde stem, en vooral je onversaagde directheid vormden een schril contrast met de gebruinde gezichten en terughoudende, maar beleefde mores van de Koerdische soldaten. Nee, misschien was het juist dit schrille contrast tussen jou en de Koerdische Assaish waardoor ik even terug in Irak werd gebracht.  Toegegeven, er waren er ook wel overeekomsten, je leek me een man van de no-nonsense, een man die zich niet snel uit het lood laat slaan, een man van principes. maar ook -al hoop ik dat ik je hiermee niet beledig- een man meer van daden dan van subtiele redeneringen en ingewikkelde woorden. Deugdelijke eigenschappen die ook een Koerdische soldaat zeker niet zouden misstaan.

Sulaimaniyah

Dat dagdromen soms wel zin heeft, vertel ik je later.

Ik heb geen probleem, maar voor zover ik weet. de conjunctuur in Nederland het afgelopen jaar wel degelijk, denk ik.

Zoiets antwoordde ik, wijzend naar een objectieve oorzaak, waar jij ongetwijfeld iets subjectiefs, of zelfs zelfrelativerends had verwacht te horen. Iets waarop, een ‘dus je begrijpt, we moeten we je snel aan het werk krijgen’, zou volgen.

Met de Iraakse ambtenarij heb ik overigens goed leren dealen, het is een kwestie van respect geven en nemen, een doodeenvoudig quid-pro-quo, en als je ‘’wasta” had, een vriend van een vriend, die toevallig de neef of oom was van een politieagent, dan was de zaak snel beklonken. Dan maakte zelfs die verveelde chef achter zijn bureau een praatje met je en werden er onder het genot van een bitterzoete thee niet altijd even respectvolle poetsen gebakken over Westerse vrouwen en Arabieren. Dan verdween het kafkaëske gevoel al snel.
Bij jou was er geen theedrinken bij. Geen denken aan. Je hebt je werkinstructies, prestatienormen, je professionele waarheidsopvattingen. Een persoonlijk gesprek met een kop thee valt daarmee niet te rijmen. Waar over de schijnbaar onoverbrugbare afgrond tussen mijn cultuur en de Iraakse met de juiste kennis toch veel bruggen gebouwd kunnen worden, was er tussen ons (geboren en getogen in dezelfde cultuur) een ondoordringbare muur gezet.
Ik spreek echt niet snel over een muur. Dat doe ik eigenlijk alleen als ik met iemand in gesprek ben en daarbij het gevoel krijg dat mijn gesprekspartner vooral tegen zichzelf praat, alsof  hij in zijn hoofd een lijstje aan het afvinken is, en/of, in vanzelfsprekendheden spreekt waarvan die zo alomtegenwoordig zijn geest zijn, dat er vanzelfsprekend vanuit wordt gegaan dat ze ook voor de ander vanzelf spreken, dat de ander eigenlijk niet gehoord hoeft te worden. Vanzelfsprekend sprekende vanzelfsprekendheden.
Ik kom ook daarop nog terug.

Je boog je nogmaals over mijn CV, keek op, en begon luidkeels de rest van vragenlijst na te lopen. De toon waarop je me aansprak was opvallend staccato, en luid, o zo luid, David, bijna schreeuwend, een beetje zoals een politieagent klinkt als hij een bekeuring uitschrijft, of als de kreten van een onbeholpen bejaardenverzorger die in paniek zijn aan Alzheimer lijdende cliënt toespreekt als deze weigert te eten.

Jouw lezing, hortend en stotend, van mijn CV verbaasde mij zeer. Vrijwel alles wat je eruit haalde werd in een zin tot een simpele conclusie gebracht: het is voornamelijk uitvoerend werk wat je hebt gedaan!! (wat aantoonbaar niet zo is). Ook mijn werk als Adjunct Directeur voor een opleidingsinstituut voor journalisten in Irak werd afgedaan als “een avontuur”. Juist toen ik mij af begon te vragen wat de reden voor deze aanmatigende manier van interpreteren zou kunnen zijn, schoof je een papiertje naar voren waarop vier vacatures stonden die zich vooral laten kenmerken als inderdaad uitvoerend en laag betaald werk, VMBO-niveau of zelfs nog lager. Ik besefte ineens dat zelfs een Harvard-studie in jouw opzet niet eens als waardevol aangemerkt had kunnen worden. Nee, erger nog, mijn CV (noch ikzelf) deed er helemaal niet toe, wat wat er ook op had gestaan.
Luid & duidelijk & verzuchtend legde je me uit dat PASMATCH enkel laagbetaalde banen op VMBO-niveau in de aanbieding had, en er op iets anders niet te rekenen viel. Ik vroeg me stilletjes af waarom wij überhaupt dit gesprek hadden. Een mailtje met ‘jij moet dit doen, anders krijg je geen geld’, zou veel onduidelijkheid hebben voorkomen.

Je keek mij vervolgens recht in de ogen en opperde nogmaals luid wat je al eerder gezegd had: Ik heb opdracht om jou zo snel mogelijk aan het werk te helpen!!!

Dat was mij al enigszins helder .

Blijkbaar vond je het dat jouw opdracht niets anders dan ook de mijne kon zijn,  dat er, ten aanzien van deze opdracht een absoluut en onbetwijfelbaar ‘’wij” bestaat; een wij als in “wij moeten jou nu aan het werk helpen.”

Maar wat voor jou vanzelf spreekt, hoeft dat niet per se voor mij te doen. En dat deed het ook zeker niet. Want behalve dat ik niet voor een re-integratiebureau werk dat betaald wordt voor elke succesvolle bemiddeling (hoe meer hoe beter), met waarschijnlijk de hete adem van een teamleider in de nek, was mijn insteek dat jij mij helpt (ik niet jou) om zo snel mogelijk passend werk te vinden. Vloeken in de kerk, maar ik herhaal: passend werk.

En passend werk, David, bevindt zich inmiddels ook voor mij in een breed spectrum, het omvat alles qua werksoorten waarbij ik zeker drie maanden kan werken zonder aan de antidepressiva te hoeven. Maar de baantjes die jij zo bij je eerste koffie heden morgen uit je bestand hebt geplukt, vallen daar wel buiten. En dat wist jij ook, want twee daarvan streepte je zelf al door.

Ik zag je blik: weer één met weerstand, weer één die zich niet neer legt bij zijn nieuwe positie(!) & zijn nieuwe werkelijkheid niet onder ogen kan komen, weer één die eerst moet worden gebroken. Je begon je op dat moment wel langzaam te realiseren wat ik al wist, namelijk dat er geen ‘wij’ bestond. Ik legde je uit dat wat jij deed mij nogal “pushy” overkwam, en in mijn ogen niet meer dan neerkwam op een gedwongen tewerkstelling. Ik wees je erop dat “bemiddeling” en het soort van pleonasme dat in de naam van jouw werkgever is gestopt, “PASMATCH”, mij aan iets anders deed denken dan wat jij aan het doen was. PASMATCH was helemaal niet uit op een ‘passende match’ maar op snel scoren. (Van PASMATCH naar BLITZEINSATZ)

Dit weerwoord gaf jou de aanleiding tot het zetten de volgende stap:

Dan moet ik de ambtenaar (i.e. van de Sociale Dienst) er maar bij halen, want hier is duidelijk sprake van verschillende verwachtingen!!!.
Wat jíj wil.., zei ik.

Je keek me aan met een blik van ‘nu heb je het voor elkaar’. Toegegeven, ik was licht geïrriteerd, niet zozeer omdat Femke (de ambtenaar) erbij werd gehaald om mij nogmaals ervan te vergewissen dat ik toch echt moest doen wat jij wilde (want anders kortingen etc), maar eerder omdat ik het gevoel kreeg dat dit een stap was steevast gezet werd bij mensen die een weerwoord hebben. Dus moest ik het even tegen twee mensen opnemen. In jullie ogen was ik een geval, besefte ik, een lastpak.

Overigens was ik blij dat Femke even aanschoof. Haar komst verzachtte de gemoederen enigszins, al bleef je me luid toespreken. Misschien was het omdat met een vrouw erbij de mannen wat anders op elkaar reageren, want het gesprek nam daarop een goede wending vond ik. Respect voor elkaars posities werd uitgesproken. Ik zag voor het eerst bij jou, wat ik in een eerder gesprek al bij haar zag, iets van een eigen standpunt, ver verborgen achter dat stramme gezicht van die bulderende professionaliteit van je; een andere overtuiging, die je wellicht ooit bewogen heeft dit werk te gaan doen. Mensen helpen, mensen in hun kracht zetten, iets dergelijks. Ooit misschien…lang lang geleden.
Maar dat moment vloog snel voorbij.

Ergens in jouw brein ging het cursusboekje ‘Gesprekstechnieken & eenvoudige retorische Handigheidjes’ open, want de ‘omkering van perspectief’ werd van stal gehaald: je vroeg me bulderend:
Wat zou jij doen in mijn positie!!!, met wederom vanuit de vanzelfsprekende verwachting dat ik tot geen andere conclusie zou kunnen komen dan dat ik exact zou doen wat jij nu dacht te doen ‘mij nu aan het werk zetten’. Ik beleefde naast de zoveelste deja vu-, een ‘fuckyou-moment’ , maar hield me in.

Mijn antwoord is eenvoudig: in jouw positie zou ik niet kunnen werken. Ik zou niet iemand kunnen dwingen tot tewerkstelling met argumenten waarin woorden gebruikt worden die misschien 10 jaar geleden nog betekenis hadden, maar nu betekenisloos zijn geworden. Ik zou in jouw positie per direct ontslag genomen hebben en aan de andere kant van de tafel plaatsnemen. Ik zou gekozen hebben voor mijn principes ipv dag in dag uit mensen te vernederen voor een zaak die weinig meer om het lijf heeft dan op je macht gaan zitten, oogkleppen op te zetten en je deadlines te halen.
Maar dat ben ik.
En zoals ik verantwoordelijk ben voor mijn keuzes, ben jij het voor de jouwe. Als je je misschien afvraagt waarom ik je met naam en toenaam noem, dan heeft dat hiermee te maken. Dat je jezelf ‘s morgens in de spiegel recht kan aankijken, kan ik mij voorstellen als de zaak die ik vertegenwoordig de enige was op jouw bord. Maar er zijn ook andere werklozen weet ik, minder mondig, sneller onder de indruk, die misschien sneller genegen de werkelijkheid die jij ze voorhoudt voor waar nemen, en overdonderd zijn door je staccato gebulder.

David, je maakt mensen klein in deze baan, mij niet, maar anderen wel. Is dit werkelijk waar je ooit voor gestudeerd hebt? Ik vraag het mij af.

Pasmatch

Omdat de tijd drong en de volgende werkloosheidspatiënten zich al op de wachtkamer verzamelden, kon je niets anders dan me nog een week respijt te geven, om te wennen aan het idee. Ik beleefde het tweede fuckyou-moment van de ochtend, sterker dan de eerste en vanuit mijn tenen, maar hield me weer in. Mijn decorum won het van mijn afkeer. Ik schudde jullie handen en vertrok.

David, ik weet ook wel dat Nederland is veranderd. Arbeidsbemiddeling is gereduceerd tot verplichte tewerkstelling. Dat ligt niet aan jou. Het product draagt zoals gezegd alleen nog de oude naam, net als PASMATCH. Voor loopbaanbegeleiding, of bijvoorbeeld een wat uitgebreider assessment dan nu het geval is, is geen geld beschikbaar gesteld in VVD-land. Toch weiger ik mij neer te leggen bij het soort bejegening zoals dat mij vanmorgen ten deel viel. Er mag een politieke cultuur bestaan die werkloosheid zonder meer verwijtbaar acht, of erger nog,  a priori diagnosticeert als een weeffout in iemand’s motivatie of zelfs psychisch functioneren. (Wat is je probleem?!!) , maar dat er van het meewarige mensperspectief dat hiermee samenhangt een hoop is doorgesijpeld in jouw werkinstructies, is mij vanmorgen pas duidelijk geworden. Ik vond je onbeschoft en ronduit onbetamelijk. En vooral respectloos. En dan druk ik me nog zeer beleefd uit.

Ik kwam dus na de korte dagdroom van het warme Irak, ineens van een koude Hollandse kermis thuis, althans zo leek het. Toen ik echter om mij heen keek, en jou en Femke daar achter die muur van werkinstructies zag zitten, viel het mij op er geen soldaten met Kalashnikovs aanwezig waren. Ikzelf werd door onzichtbare draden verbonden aan een hoop plichten, waar je heel duidelijk keer op keer aan trok, maar ook aan een hoop rechten,. Dit is Nederland, bedacht ik mij. En ik ben Nederlands burger, een mondige burger.

Het recht van vrije meningsuiting was, het zal je inmiddels niet verbazen, de eerste lijn die ik binnenhaalde..….en tot mijn grote vreugde zag ik dat dit recht nog onvervreemdbaar was ook. (Ik geloof dan ook niet dat de uitoefening van dit recht tot kortingen kan leiden van de bijstandstoelage)

Ik kijk ernaar uit je volgende week weer te ontmoeten en vraag je ditmaal, ook al moet je doen je wat je moet doen, op zijn minst een zeker decorum in acht te nemen.

Met vriendelijke groet,

Sven de Graaf

6 Comments

  1. hallo Sven,

    Dit is waarschijnlijk de langste brief die ik ooit heb gezien haha. :p
    Maar wat heb jij een mooie manier van schrijven zeg, ik zat echt helemaal in de tekst, chapeau! Ik wens je het beste in de tocht naar jouw toekomst.

    Mvg,
    Lucas Meas
    Ucare
    http://www.ucare.be/Lifecoach.html

  2. Ik maak het ook mee maar dan in andere vorm , er zat een dictator aan de andere kant.

    Nu heb ik wel Lichamelijke en ADHD problematiek.

    Alleen ga ik die gasten nog wel even aanpakken want dit pik ik ook zeker niet, tegen mij zeiden ze dan ook gewoon: JE doet het voor je vrouw en kind(ronduit beledigend) want als ze de rapporten eens goed nalazen dan zou ik helemaal niet hoeven langskomen.

  3. Beste Sven
    Ik ben heel erg benieuwd hoe de vervolg gesprekken zijn verlopen, heb je vernederende banen geaccepteerd. Wat doe je tegenwoordig ?

  4. Pffhh als ik jou verhaal zo hoor, heb ik een slecht vooruitzicht in N nu ik al heel lang niet gepast werk kan vinden en ook in de bijstand dreig te belanden. Werkegevers hebben alle macht gekregen en hoogopgeleiden met jarenlange werkervaring moeten, nadat ze met een (soms zelfs zonder) schamele fooi op straat te zijn gekwakt, voor het ‘maatschappelijk moraal’ een soort van slavenarbeid verrichten, waar ze niet eens van rond kunnen komen, zonder vooruitzicht op verbetering, want daar zorgt onze Neo-liberaal Rutte, dictator met vriendelijke (minachtend sadistische) gimlach wel voor. Ik begin nu te begrijpen wat hij met een mark gereguleerde markteconomie bedoelt. Wij maken alles mogelijk voor de multinationals en alles onmogelijk voor de gewone man. Maar ja, zo zijn de regels en die zijn er voor iedereen, al dan wel niet in gelijke mate!

    Rutte en zijn kronuiten zijn de ware vijand en zien mensen als werkmieren, de toekomstige werlgevers voor de banken en multinationals!

    In welke situatie ik ook beland… Ook ik zal blijven knokken dit systeem om zeep te helpen!

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *