Pas op de Plaats

Dit is de tweede open brief die ik in het kader van mijn ervaringen als bijstandsgerechtigde richt tot ambtenaren en professionals die ik op mijn weg naar werk ontmoet. Met de onderstaande brief is de verantwoordelijke van Pasmatch aangeschreven. Het behelst i.a. een weergave van het gesprek dat hij en ik hadden naar aanleiding van mijn eerste open brief, die was gericht tot de loopbaanbegeleider van Pasmatch. Het is nadrukkelijk de bedoeling ook de andere kant van de balie het woord te geven, al blijft het te allen tijde natuurlijk mijn woord.

———————————————————-

Beste Francis,

Ook voor een werkloze loont het om zijn stem te laten horen.

Deze zin zingt steeds opnieuw als een mantra door mijn hoofd als ik door de oude Haarlemse binnenstad naar “De Jopenkerk” fiets, de afgesproken plek voor onze ontmoeting. Ik vind de woordspeling met het werkwoord ´ĺonen´ en ´werkloze´  wat clichématig. Bovendien klinkt de zin zelf als de zoveelste oudlinkserige leuze, zo een die vanaf de rode barricaden van de jaren zeventig en tachtig tegen het foute ‘systeem’ werd afgeschoten. Ik leef in de BV Nederland van 2014, niet in de verzorgingsstaat van 1983. Of mijn stem is gehoord en of dat iets gaat opleveren, is sterk de vraag. Dat zal moeten blijken uit de toon van het gesprek en de manier waarop het traject verder wordt ingezet. Effectieve hulp bij het vinden van een baan en met respect bejegend worden, is alles wat ik wil. Ik bedenk me dat mantraś toch vooral de functie hebben om iemand tot rust te brengen, dus ik herhaal de zin prevelend, totdat de woorden hun betekenis verliezen, mijn gedachten verstommen en het gewenste effect zich laat voelen.

Terras-Jopenkerk-8

De tot café-slash-brouwerij omgebouwde Jopenkerk is al jaren het kloppend hart van bierminnend Haarlem. De kerk kijkt samen met een bioscoop, een paar horecagelegenheden en vanuit een verre hoek, het Burgerzakengebouw uit op een klein binnenpleintje. Het is half tien in de ochtend en ongewoon warm en broeierig. Het terras is karig bezet. Die paar mensen die er zitten, drinken koffie en thee. Het beroemde Jopenbier is in deze nette burgerstad natuurlijk een zegening voor ná het werk.

In jouw lichtblauwe pak zie ik je al zitten aan een van de tafels, in het geniep genietend van de zon. Jij, de grote Leviathan, de eindverantwoordelijke voor het nare gesprek met de loopbaanbegeleider vorige week. Daar ben je dan. We schudden handen en ik zie een brede, vriendelijke glimlach op een wat mager, open gezicht. Ja, laat  je maar van je aardigste kant zien, denk ik, maar ik kan er niet omheen dat je er een aangename rust van je uitgaat. Welke zin is jouw mantra?, vraag ik me af.

Geen gebulder vandaag, je stem is zacht, je taal genuanceerd. Natuurlijk ben je op je hoede. Terecht. Ik had per mail al aangegeven dat er ook over dit gesprek wordt geblogd, en dat geeft dit gesprek natuurlijk een andere wending. Ik leg uit dat ik van zins ben redelijk te zijn en respect met respect zal beantwoorden. Je knikt maar zegt niets.

 Als ik vertel over het gedrag van de loopbaanbegeleider, jouw medewerker, dan ben je discreet, geen concreet kwaad woord komt over jouw lippen. Dat maakt je onherroepelijk tot een goed teamleider, dat moet ik erkennen. Je staat achter je mensen. Misschien ben je dan toch geen Leviathan, maar dan toch nog steeds een demon uit een lagere helleorde, het middensegment zeg maar. Ik leg uit, dat ik naar mijn idee geen andere keuze had dan met een open brief te interveniëren , omdat mij tijdens het gesprek geen enkele nominale positie werd gelaten. De loopbaanbegeleider vatte mijn weerwoorden als weerstand op, en alle weerstand stond per definitie synoniem voor ‘werkweigering’. Ik vertel je dat ik zijn gebulder (mijn woord)  intimiderend vond. Je zegt niets, maar knikt.

 Je bent een sphinx, noodgedwongen natuurlijk, je kunt niet gewoon zeggen je denkt. Toch laat je mij op een raadselachtige wijze veel zien van waar je staat en wat je vindt. Ik snap en respecteer dat. Het is mij duidelijk dat er met de loopbaanbegeleider gesproken is.

Je legt uit dat de cliëntèle van Pasmatch voor 90% bestaat uit moeilijk tot zeer moeilijk bemiddelbare mensen. Mensen die vanwege een beperking, of een penitentiair verleden, op een nauwelijks te overbruggen afstand tot de arbeidsmarkt staan. Mensen als jij zijn de uitzondering, zeg je me. Bovendien is Paswerk, de koepelorganisatie van Pasmatch, ontstaan in betere tijden. De meeste werknemers die bij ons werken hebben een sociaal bewogen hart. Maar kan het met al die dichtgeslibte aderen nog wel kloppen, vraag ik me af.

 Je vertelt over de druk die de gemeente op organisaties als Paswerk uitoefent, en over de druk die de gemeenten zelf ondervinden van de steeds veranderende, strenger wordende wetgeving uit Den Haag. Wat je vertelt doet mij sterk denken aan wat er in de Zorg en Welzijn gebeurt, sectoren waar ik gewerkt heb. Je gezicht staat ernstig, maar nog steeds verschijnt er af en toe een aanstekelijke lach, je blijft onverhoopt van dit terrasklusje te genieten. Na dit gesprek heb ik weer een gesprek bij de gemeente, zeg je met een nauwelijks hoorbare zucht.

 Het terras heeft zich inmiddels gevuld met ambtenaren gestoken in dezelfde fleurig-gekleurde pakken als jij, of het vrouwelijk equivalent daarvan, vrolijke nette zomerjurken. Het ambtenarenvolk en de eerste koffiebreak van de dag.

Het is jammer dat je geen klootzak bent, dan zou je veel beter blogmateriaal zijn, hoor ik mijzelf opbiechten. Ik kan ertegen vechten, maar het is te laat; niet alleen sympathiseer ik met jouw positie, ik kan tot geen andere conclusie komen dat er een aardige kerel tegenover mij zit. Je bent bovendien respectvol. Potverdikkie, dat had ik niet verwacht na dat gebullebak vorige week.

 Als divisiemanager schat ik je in als een verbinder en een verzoener, gewend om compromissen te sluiten, een diplomaat met het professionele hart op de goede plaats.  Een sphinx wiens aardige gezicht weliswaar jouw echte is, maar met een mond die in het tactische spel tussen gemeente, politiek en andere stakeholders gedwongen is de goede intenties soms in raadsels te verpakken. Je hebt ook dáár niet zonder meer de vrijheid te kunnen zeggen dat je de regelingen onethisch vindt. We spreken nog verder door over wetten en regelgeving.

Vroeger sprak men in linkse kringen altijd over het ‘systeem’ op een pseudo-Marxistische wijze, alsof het almachtige kapitalistische God die Zijn uitverkoren volk, de grootkapitalisten en hun marionetten bij de overheden steeds rijker maakte ten koste van de rest. Maar het ‘systeem’ dat jij schetst is geen ideologisch aftreksel. Dat is een werkelijk ‘systemisch’ systeem,  een wereld van budgetbeheer, en bezuinigingen, van steeds andere product- en targetomschrijvingen, nieuwe administratiemethodieken & normen, die weer voortkomen uit (bijgestelde of nieuwe) rijkswetten,  AMvB´s, Richtlijnen van de VNG, Raadsbesluiten, gemeentelijke verordeningen enzovoorts. En alles is gericht op ‘minder-minder-minder’ (zeg ik). Alleen  een intelligente sphinx kan in deze omgeving een (weberiaanse) goede ambtenaar zijn die objectief kijkt en vanuit het algemeen belang in de achterkamers kleine, maar belangrijke overwinningen behaalt, of geruisloos schotten plaatst om maatregelen die moreel dreigen door te schieten, te neutraliseren. Goede ambtelijke sphinxen zijn vaak de stille engelen die een dienst via onzichtbare manoeuvres bij politieke tegenwind of slechte wethouders moreel overeind houden. Ik ken het type. En, ik kan mij vergissen, maar jij bent er zo een, een stille engel.

Ons gesprek loopt ten einde. We komen eenvoudig tot een compromis. Ik krijg een andere intercedent toegewezen en we blijven natuurlijk monitoren hoe het verder loopt. We schudden de handen en ik zie je lachend naar twee collega’s lopen die aan de rand van het terras hun pauze nemen. Nog even een babbel en dan moet je weer verder naar de zoveelste  sessie over de concretiseringsslag van de Participatiewet of iets dergelijks.

Als ik terug fiets zijn bestaat mijn mantra niet meer uit één maar uit twee zinnen:

Ook voor een werkloze loont het om zijn stem te laten horen,

Ook voor een goede ambtenaar loont het om zijn stem te laten horen.

Een paradoxale zin, de laatste. die zijn betekenis maar niet los kan laten, Misschien kom ik daarom niet tot rust.  Ik bedenk als ik het oude centrale station passeer, hoe ondertussen ook de BV Nederland in sneltempovaart voortdendert. Hoe lang moet het duren voordat de overmaat van beknibbelende regelgeving ook de goede engelen binnen de gelederen van de overheid ten hemele roept en de overige ambtenaren tot zielloze jaknikkers reduceert? Wie kan dan nog de concrete garanties geven dat de overheid niet structureel schofterig met haar burgers omgaat? Veel van de dilemma’s en de problemen blijven onzichtbaar door de veelal in de luwte uitgevoerde manoeuvres van het goedgezinde deel van het ambtelijk apparaat, zoals ook veel vernederingen en stress van veel werklozen onopgemerkt blijven door een gebrek aan burgerlijke mondigheid. Voor een schofterige bejegening van de burger, vanuit vooringenomen wantrouwen en met gebruikmaking chantageachtige methoden, bestaat uiteindelijk ook in systemisch opzicht, geen optimaal excuus. Vind ik.

 Het gesprek met jouw intercedent van vorige week ben ik nog niet vergeten, maar het staat inmiddels in een ander licht. Ik vraag mij af of  er naast die belangrijke stille engelen, ambtenaren kunnen bestaan die wel openlijk hun mond roeren, die vol tegengas geven als het algemeen belang en goed fatsoen door het overheidssysteem wordt aangetast. ¨De mondige ambtenaar¨, het lijkt een contradictio in adjecto, een weg linea recta naar een snel ontslag.

 

Toch vraag ik mij af of dat mogelijk is..

 Eenmaal weer thuis vind ik op de website van Paswerk een vacature voor de functie van teamleider. De sollicitatieplicht roept  ineens zo luid. bijna brullend. Ik besluit te solliciteren, via een ´open´ sollicitatie natuurlijk.

 Je hoort dus nog van me.  Ik dank je voor dit fijne gesprek.

 

Met vriendelijke groet,


Sven de Graaf

3 Comments

  1. Hoi Sven, ik vind je blogs erg fijn om te lezen. Mooie persoonlijke schrijfstijl.
    Ik ben benieuwd hoe het met je arbeidsbemiddeling traject is afgelopen? Heb je inmiddels een leuke baan kunnen vinden?

  2. Ha Nicole, dank voor je compliment. Ik ben nog druk bezig, maar ze hebben mij nu aan een kundig persoon gekoppeld, een van het oude slag die respectvol met mij omgaat. Een baan vinden is gezien mijn wat belabberde CV moeilijk, maar het komt goed. Wellicht ga ik toch weer naar het buitenland. En jij?

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *