Wel zijn de Pieten nog zwart in Enkhuizen: een parabel van de zwartepietendiscussie

Enkhuizen ligt toch ergens hoog in Noord-Holland?, vroeg ik vriendin J. terwijl we gevangen in een stoet spitsforenzen de trein binnenstroomden. Vriendin J. knikte glimlachend: Ja, het is best lang reizen.

In mijn hoofd was Enkhuizen niet meer dan een element van de omvangrijke verzameling  ´minder-dan-nietszeggende steden´ tezamen met plaatsen als Apeldoorn, Arnhem, Hoogeveen, Tilburg etc, -steden die hooguit een verflauwde herinnering opriepen aan de stampoefeningen topografie op de lagere school. Enkhuizen was een levenloze naam op een vergeelde kaart waar een vergeten leerkracht ooit verveeld met een stokje op gewezen had. Nu wees het stokje in google-maps op een locatie in de streek bekend als West-Friesland. Het zal toch niet waar zijn, dacht ik geschrokken, terwijl de gelige verlichting van het Haarlem CS een streep werd, ik ga naar West-Friesland. Had je me niet even kunnen vertellen dat Enkhuizen in West-Friesland lag?, verwijtte ik J. in stilte.

Nu is West-Friesland ondanks Enkhuizen voor mij helemaal geen naam zonder beeld of gevoel, al ben ik er nog nooit geweest. Nee, deze streek is gekleurd, sterk gekleurd zelfs door toedoen van nota bene een oude pastor. Dat gegeven op zichzelf doet een heel pijjnlijk trauma vermoeden natuurlijk. Maar daar is geen sprake van. Ik herinner mij deze pastor alleen als de strenge vader van een schoolvriend, die met zijn gezin resideerde in de pastorie van Wormerveer. Een trotse, stronteigenwijze vent die alsmaar het woord nam en nooit kon ophouden met over zichzelf te prediken; een vader van het ik-snij-het-vlees-op-zondag-slag en een echte West-Fries. Hij had op latere leeftijd een ander geloof omarmd dan het protestantse waarmee hij en merendeel van zijn ´kornuiten´ waren opgegroeid. Zijn baan als bloembollenpellersopzichter -ik heb eigenlijk geen idee meer wat hij deed- had hij verlaten om theologie gaan studeren in de stad. Een fossiel deze kerel, vijfentwintig jaar geleden al.

Lutjebroek, dáár was de pastor geboren en getogen, daar lag het decor voor het merendeel van zijn verhalen. Trots op Lutjebroek. Trots op stoere ongelukken met landbouwmachines op het vlakke polderland, trots op de nabijheid van God die als de altijd teisterende wind over het boerenleefeh waaide en de noestige werken van de mens-seh met zijn luid snerpende geest verwaardigde. Want hard werken was voor deze man de deugd der deugden zo leek het wel. Zijn dralende verhalen maakte mijn beeld van West-Friesland gelijk aan die van eenzame huisjes op een dijk geflankeerd door een enkele boom; en die van de West-Fries gelijk aan de zo vlijtige mens die zich doodwerkt op het land en de zee en alleen vrij had als de´keremis´  was gearriveerd. O ja de kermis waar boerenzonen en vissersknapen elkaar vechtend, zuipend de loef afstaken om als eerste onder de houten vliering van de draaimolen de knappe dochter van een der notabele families te onteren. De carnaval van het noorden, een katholiek restant, zei de pastor.SdG_zeeleeuw

En die taal, dat verschrikkelijke West-Friese accent! Sowieso: hoe noordelijker in NH, hoe meer de mensen klinken als zeehonden. Echt waar. De Texelaars kunnen ongetwijfeld met deze zeebeesten spreken als boselfen met bomen, maar een West-Fries zal een zeehond zeker de weg kunnen uitleggen.

Natuurlijk…toen we eenmaal waren aangekomen op onze bestemming, was alles anders. Enkhuizen bereikten we veel sneller dan we dachten -want: best wel dichtbij-, de vrienden die we bezochten woonden helemaal niet in een tochtige kot op een dijk maar in een geweldig mooi vroeg zeventiende-eeuws pand. We kregen geen gekookte aardappels en een gebakken ui te eten of een nietig borrelglaasje morsige schipperbitter te drinken, maar werden met het uitgebreide spijzen en goede wijnen onthaald. In het café dat we bezochten, hoorden we niet het  lijzige gebalk van zeehonden maar werd er wel door een intellectueel accentloos uitleg gegeven over de grondbeginselen van het huidige monetaire stelsel, met verwijzing naar Picetty, Marx, de crisis, en met een speciaal biertje erbij. De Enkhuizer straten lagen er onderhouden bij. De hartelijkheid en levensgenot van de Enkhuizers op Sinterklaasavond was onmiskenbaar. God noch Sinterklaas hebben we gezien trouwens, alleen een paar Pieten die licht aangeschoten door de straatjes zwalkten; ze lieten ons schrikken door op het raam te bonzen.

Pieten, wat zeg ik… zwarte Pieten, geschminkt en wel met grote rode lippen, gewoon zoals vroeger. Zie je wel, dacht ik toen ik ze zag,

een pot nat dat West-Friesland.

 

 

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *