Liefkind

Liefkind, onder een dikke laag dekens zie ik je met schokjes woelen in je slaap. Lippen tuiten zich, ze laten zachte klanken ontglippen uit de droom waarin je bent vervat. Je bent ergens in een ver en uitgestrekt land verwikkeld in een lastige discussie met jouw moeder, een juf of misschien wel met mij. Het was een lange dag vandaag,  je was moe en bent ook iets te laat naar bed gegaan. De weekenden die we hebben vullen we met doe-, leer- en relax-dingen. Een opzet die het tijdelijke product is van serieuze, eeuwig voortdurende onderhandelingen. Vandaag was een doe-ding-dag. We hebben veel gefietst door koude natte sneeuwbuien en ik heb je leren schaatsen op lage noren op de ijsbaan. Je krijgt je zin, want je gezicht verslapt en de droom verlaat je voor een kalme leegte waarin je bewegingsloos verder zweeft door de nacht. Je mond vormt een zelfvoldane glimlach. Waarschijnlijk was ik het dus met wie je in gesprek was, want zelfs in jouw dromen geef ik te snel toe.

Liefkind wat raak je me toch diep. Steeds opnieuw. Het broze mooie wezentje dat je bent. Toen jij, ik en je moeder nog samen in Istanboel woonden, vroeg je me op eigenwijze toon hoe lang je me al had. Niet dat je me als een huisdier beschouwde dat je kan ‘hebben”, maar er was nog even geen andere taal voorhanden. Je was ook nog maar negen toen. Mijn pesterig antwoord was natuurlijk dat niet jij mij maar ik jou al twee jaar heb gehad. Het beestje hebben we vervolgens samen een paar namen gegeven. We hebben elkaar ”geadebehadebeheerd” concludeerden we, want adopteren was niet het goede woord, en “stiefkind” al helemaal niet, dat werd liefkind. En ik werd ”liefvader”. Of ik je liefvader mag blijven is aan jou en je opgroeiend oordeelsvermogen, maar iets van een vader werd in mij in deze woelige tijd geboren; iets dat nu volstrekt ontroert en met tranen in de ogen naar jou kijkt. Iets dat geen voorwaarden opwerpt. Iets dat nooit meer weggaat.

Liefkind, ik wil je beschermen tegen de donkere wolken van de toekomst. Tegen het geweld van mannen en de jaloezie van vrouwen. Tegen alle meningen van de volwassen wereld die je in alles de maat gaan nemen. Nu al is het schoolplein een spel van kijken en oordelen en bekeken en beoordeeld worden, maar straks, volgend jaar al als je naar de middelbare school gaat, wordt dit plein alleen maar groter en de meningen harder. De wereld zal proberen je vervangbaar te maken, op te leiden tot een bundel kwaliteiten en vaardigheden waarbij functies passen die anderen ook even goed of soms nog beter kunnen vervullen. Rangordes zullen zich ongewild aan je opdringen. Ik doe mijn best, ik leer je nadenken, kritisch kijken maar ook  -vooral- de schoonheid die elk mens met zich meedraagt te leren inzien, vaak dwars tegen mijn eigen cynisme in. Tegen de vloedgolf van de wereld kan ik je niet helemaal beschermen, maar weet dat, nog voordat mijn eigen mening over jou opgaat in dat wereldwater, al de schoonheid van mijn wereld zich heeft kunnen samenballen in dat kleine slapende wezentje dat jij bent. Weet dat je voor mij ver uitsteekt boven elke maat en elk oordeel. Weet dat je altijd al alles ‘betekent”…voor mij.

Liefkind, ik heb je niet verwekt, noch zal ik je op een gezette tijd wekken met een boodschap zwanger van specifieke toekomstverwachtingen, maar als je morgen ontwaakt, dan zal ik al wakker zijn en ontbijt voor je maken. Je hoeft niet te worden wie je bent, zoals de wereld je zal voorhouden als een vast maar onbereikbaar punt van carrièrematige zelfontplooiing. Word jezelf of een ander, het maakt mij niet uit, zolang je lief hebt, schoonheid kan zien en geluk kan ervaren.  En ik zal er zijn, als je wil, met een boterham gebakken spek met tomaten, kaas en ja ook een vleugje mayonaise, omdat elke dag een speciale dag is. Elke morgen weer.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *