Stemmen in de sterrenloze nacht

Als de avond valt en zeewinden de grijze wolkenmassa boven Haarlem openscheuren om het Hollandse kleurenspel van wolk en avondlicht de donkerblauwe ruimte te geven, dan leg ik mijn boodschappentas neer en sta stil. Onopgemerkt kijk ik omhoog en lach. Ik weet dat de komende nacht behaaglijk en koel zal zijn en dat sterrenbeelden mij gaan vertellen waar ik sta, wie ik ben en wat ik niet ben. Voor het kind in mij zijn deze sterrennachten een deken waaronder mijn toekomst zich koestert; voor het volwassen omhulsel zijn ze een hartverwarmend nachtmutsje dat mijn verleden drinkt voordat het gaat slapen.

Soms laat ik me wijsmaken dat er een vaste werkelijkheid is. Een die niet vloeibaar is, geen πάντα ῥεῖ, maar een waar alles exact zo-zus, of exact zo-zo is dat niets er niet kan zijn en alles alleen is zoals het is in een eeuwig nu. Als ijzige kristallen gevormd uit een zich herhalend patroon. Dan draagt de nacht geen sterren, maar zweven er gasbollen in een vacuüm. De avond wordt dan met terugwerkende kracht grijs en somber. Dan word ik een van die gebogen mensen die ik onder het grijs zie lopen. Mensen die mij (gelijk ik hun) flauwtjes opmerken zonder te zien. Dan ben ik die mensen die gehaast hun gedane boodschappen thuis afleveren, en zing ik mee met hun klaagliederen van werk en vervagende liefde. Dan val ik mee met hun vroegtijdig gestorven dromen die telkens als dood steen op de grond neerslaan zonder ooit deel van de aarde te worden.

In de sterrenloze nacht weerklinken hun stemmen hol en zonder ophouden, als echo’s van echo’s die nooit verstillen.

Laat mij liever de nacht alleen tegemoetzien, alleen op mijn wolk, alleen met mijn zon, alleen met mijn lichtspel en alleen met mijn lach.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *