De sublieme Godwin: ‘thuis’ bij totaalhumanist Victor Onrust

Dit is de reden, bedenk ik me, terwijl ik de man aan de overzijde van de tafel nijdig aankijk, waarom romans mij meer geleerd hebben dan al die hoogdravende filosofische werken die ik als twintiger heb doorgespit. “Wie ben jij om zoiets te kunnen bepalen?”, had ik hem zojuist pissig toegeworpen. Kant, Heidegger, Satre, Luhmann, ze zijn allemaal al voorbijgekomen in deze tot dusverre onaangename woordenwisseling. “Vanuit welke positie ben jij in staat universeel te kunnen stellen dat de ene mens niet gelijk is aan de ander?”

Mijn gesprekspartner, een man minimaal 20 jaar mijn senior met een glimmend kale schedel op een band grijs-zwart haar na, is niet zichzelf. Hij noemt zichzelf weliswaar Victor Onrust, maar deze identiteit is virtueel, de naam een pseudoniem. Ik voel goed aan in welke richting zijn respons gaat: hij gaat deze vraag als een persoonlijke aantijging nemen, misschien zelfs de gebeten hond spelen. Dat laatste doet hij niet, gelukkig. Wel zegt Victor dat hij het recht heeft om deze mening te hebben. De overige tafelgenoten knikken. Ja, en elke vrije, zelfgekozen beperking van dit recht, doet er dan niet toe, een vorm van rekenschap hoeft derhalve niet gegeven te worden. Een ethische discussie over de performatieve implicaties van een moreel oordeel, met eventuele inhoudelijke consequenties tav dit oordeel zelf, gaat nu te ver, bedenk ik me. Te abstract. Victor komt mij als het type Joost Niemöller voor, terecht of niet; de zoveelste profeet van de ongelijkheid der volkeren, die met oppervlakkige lezingen van filosofen en krampachtig bijeenschraapte onderzoeksdata probeert te bewijzen dat de mens niet gelijk is aan zichzelf. Ik kijk op deze man neer,  merk ik,  ik beschouw hem door zijn gebrek aan ethisch bewustzijn als minderwaardig.

Wie Victor is en hoe hij werkelijk heet weet ik niet. Ik ken deze ‘Victor’ van zijn blogs die hij via Twitter verspreidt, hij kent mij langs dezelfde sociaal-mediale wegen. Nog geen uur geleden heb ik mij gewoon als Sven de Graaf voorgesteld, en heb de Victor en drie andere personen die ook aan deze tafel zijn aangeschoven een hand gegeven. We zijn door hem bijeengebracht om te kijken of we een politieke beweging kunnen vormen, en nu discussiëren we in reëel-levende lijve over een aantal proposities die hij ons heeft voorgeschoteld.

Victor’s real-life alter ego draagt een korte broek waaruit twee vlezige, melkwitte benen steken. Het is benauwend warm in de kleine keuken van zijn Amsterdamse appartementje. Buiten pakken donkere wolken zich al een tijdje samen, tikjes op de ramen en een windvlaag kondigen het begin van de verlossende verkoeling aan. Binnen voel ik geen verkoeling, ik voel, terwijl de discussie voortkruipt, iets wat ik niet vaak heb gevoeld en wat ik tot dit moment nog niet eens goed kon thuisbrengen: walging. De kunst is nu om niet nog nijdiger te worden. Ik probeer uit te leggen dat gelijkheid ook een juridisch principe is, dat de universaliteit van gelijkheid, basis is van een moreel stelsel, die nooit opgegeven dient te worden. De anderen zijn het daar niet mee eens. De islam komt te berde, natuurlijk, als de grote vijand. De man naast mij, een goedgeklede vijftiger, een arabist, vertelt hoe het zit. De Islamistische cultuur is incommensurabel met de Westerse. Op punten, neem gelijkheid tussen vrouwen en mannen, ben ik het wel met hem eens, al zie ik islam als een spectrum van culturen. Het woord ‘cultuuroorlog’ valt en Houellebecq’s Soumission wordt geciteerd. Victor ziet door dit boek vooral het reële gevaar van islam nog eens onderstreept. Mijn interpretatie van dit werk begint nu pas vorm te krijgen:

Ik voel me omringd door mensen die hun ooit-linkse idealen nu in het licht van de tijd en teleurstelling hebben herzien. Zijzelf beamen dat, Victor bovenal. Victor is een aanhanger van Gramsci, wiens concept van ‘absolute humanism’ hij nu betrekt op zichzelf; Victor is een ‘totaalhumanist’. De term heeft ondanks Gramsci‘s marxistische achtergrond, een meer dan fascistische bijklank vind ik. ‘De mens of het zelf is niets dan een creatie van zijn cultuur, er is niets meer dan dat. Gelijk zijn we dus niet, want culturen zijn dan de facto ook niet.’ Ik denk aan Heidegger en zijn antihumanistische denken, dat was toch ook het soort hitlersnorretje van zijn denken? (geheel zijn leven, ook na de oorlog heeft deze nazidenker een hitlersnor gedragen). young-heidegger

De volgende stap is een herijken en tot superieur verklaren van de eigen cultuur. Dat probeert Victor ook met zoveel woorden. Ik vraag mij af hoe het mogelijk is dat oude socialisten hun idealen vergeten en diametraal tegenover ‘het christelijk-humanistische gelijkheidsdenken’ zijn gaan staan. Is het verzuring dat met het ouder-wordende leven samenhangt, zou dit mij  ook kunnen overkomen?

Links naast me zit de vriendin van Victor. Een aardige mevrouw die bij tijd en wijle vol liefde naar Victor kijkt. De andere aanwezige, een man van Joodse komaf, lijkt een deel van zijn keel te missen. Effect van een zware ziekte, ongetwijfeld. Hij spreekt mij af en toe vaderlijk toe en ik zal later met hem terug naar Haarlem reizen. Ik mag hem. De arabist spreekt mooi en komt mij op over als uiterst slim en op een leuke manier arrogant. Als Victor opstaat om een hand te geven en ik zijn melkwitte benen weer zie blinken, zie ik geen fascist, maar een manneke met een rijk en soms moeizaam leven, een intellectueel niet veel dommer of slimmer dan ik. Ja ik had een Victor kunnen zijn, bedenk ik, als ik twintig jaar eerder was geboren, misschien. En hoewel er een oneindige afgrond bestaat tussen onze morele universa, wordt deze op dit moment  -al is het maar gevoelsmatig-overbrugd. Momenten waarover schrijvers zich buigen, niet de politieke filosofen.
Onderweg naar huis bedenk ik wat ik eigenlijk had moeten zeggen, een virtuele maar sublieme Godwin. De ik-persoon uit Soumission, François, was ook een linkse wat cynisch geworden intellectueel, bedenk ik. Exact zoals Victor. De bekering van François tot de islam- was slechts een effect, een mogelijkheid binnen bepaalde politiek-sociale omstandigheden die door de roman uitgebreid geschetst worden, maar ook, omdat hij een soort totaalhumanist was geworden en niet meer gelooft in de mogelijkheid dat de ander, hoe vreemd ook, in de juiste condities als een gelijkwaardige kan worden behandeld. Je kunt je dan bekeren tot Islam of een strenge vorm van het christendom, of, dacht ik, een seculiere ideologie van ongelijkheid aanhangen. Daartussen bestaat weinig verschil.

‘Zoals enkel potentiële Hitler’s noodzakelijk vergeten, Victor, er schuilt er in iedereen een Hitler. Ik kan dat zeggen, jij niet, dat is het enige (morele) verschil tussen jou en mij.’

 

11 Comments

    1. ad-hominems op een virtuele identiteit als Victor Onrust zijn enkel voor een totaalhumanist reële ad-hominems…. maar goed, je hebt je antwoord geschreven.

      1. Ad-hominems blijven ad-hominems. Het blijft spelen op de man (degene die een standpunt verkondigt ongeacht de naam waaronder hij dat doet) in plaats van op de bal. Dat je mijn fysieke verschijning er bij haalt geeft al aan dat het bepaald geen virtuele zaak is. Een ultiem zwaktebod.

        1. Ad-hominem? Je bedoelt dat van mens tot mens iedereen zijn eigen persoonlijke sfeer heeft die gerespecteerd dient te worden? Maar Victor, je bent niets als totaalhumanist, behalve een product van opvoeding, genen, cultuur, als zodanig volstrekt inwisselbaar door ieder ander unit in deze cultuur. Ook je fysieke verschijning en de paar adjectieven die ik gebruik doen daar niets van af. Je predikt -zelfs nu- weer vanuit de positie van de alweter, geen twijfels, Victor weet hoe het zit. Zoals ik al heb aangegeven hebt ik wel mijn twijfels, twijfels die gepaard gaan met gevoelens van macht/onmacht en die ik zoveel mogelijk dialectisch verbind met morele positiebepalingen (worstelingen) die daarbij horen. Daar schreef ik over. Ik ben niet alwetend noch hoef ik een virtuele identiteit aan te meten om mijn alwetende proposities de wereld in de zenden. Een ad-hominem ja, wellicht, als jij tenminste het totaalnihilisme laat varen en je je vis a vis weet te verhouden tot mij vanuit je eigen filosofie. Vooralsnog ben ik gesteld tegenover de alwetende, transcendente positie die de naam Victor Onrust heeft, en noodzaak je mij (want uit jouw gedachtegoed volgt het niet) tot het jou toebedelen van zoiets als een medemenselijke status, wat ik moeilijk vind, want in mijn ogen ben je een totaalvreemd ‘mens’. Alleen in die zin is het een ad-hominem: Victor Onrust moet ik wel melkwitte benen geven want enkel om zijn melkwitte benen is Victor iemand die mij moreel mag aanspreken, want geheel zijn waardenstelsel (de virtuele Victor Onrust) doet dat namelijk geenszins Ben je niet gewoon een humanist nog steeds als je je door een ad-hominem zo laat aanspreken dat je het een ‘ultiem zwaktebod’ moet noemen? (Ben je er niet gewoon in de humanistische val getrapt?)

  1. “Ik kijk [op] deze man neer, merk ik, ik beschouw hem door zijn gebrek aan ethisch bewustzijn als minderwaardig.”

    Is toch wel een ‘grappige’ uitspraak, gezien de blijkbare kloof tussen jou en Victor. :)

    Het lijkt mij dat er die avond heel veel misverstaan is. Het is zeker waar dat mensen als Victor en Joost en ik in vroeger dagen zondermeer tot links behoorden. Maar zijn ‘we’ dat dan niet langer? Zeker, we worden door hedendaags links neergezet als rechts, maar da’s omdat hedendaags links allerlei oude echt-linkse idealen naar onze mening verraden heeft en wij juist niet. (Denk bijv. aan het verraad aan de vrouwen- en homo-emancipatie.) Wat de tijd ons geleerd heeft is dat we onze manier van links-zijn moesten bijstellen. Er bleken namelijk allerlei maatschappelijke ontwikkelingen te spelen die verergerd werden door de onnadenkende reacties van met name ‘links’. Ons bleek dat de linkse kijk op de zaak bijstelling behoefde. Helaas worden allerlei daaruit volgende kritische kanttekeningen ons niet in dank afgenomen. Toch moeten die gemaakt worden, want echte oplossingen vereisen analyses die de werkelijkheid echt verklaren. En voor die analyses bleek het nodig te zijn om een streep te zetten door bepaalde moreel-ethische ‘principes’. ‘Principes’ die uitpakten als dogma’s vanaf het moment dat er niet meer over werd nagedacht. Na die dogma’s te hebben afgeschoten werd het opeens een fluitje van een cent om de analyses te maken die tot de echte oplossingen kunnen leiden.
    Reken maar dat mensen als Victor, Joost en ik een lange weg hebben moeten bewandelen om los te komen van die dogma’s. Maar we voelen ons nu wel bevrijd. Zozeer zelfs dat het ons niet langer deert dat we worden bespot door gevestigd-linkse politici. Sterker, pas de afgelopen 10 jaar heb ik goed doorgekregen hoezeer het juist die linkse politici zijn die worden bespot door grote delen van het volk. En in plaats van zich dat aan te trekken, kijken ze op ‘dat soort volk’ neer, ja als ware het inderdaad minderwaardig volk.
    Een van de mentale gevechten die met name Victor heeft moeten voeren is hoe je de notie van gelijkheid moet verstaan in een wereld die in alle millennia niet volgens dat principe gewerkt heeft, in een wereld die nog steeds vergeven is van de ‘gesloten gemeenschappen’ waarbinnen je echt niet een paar Afrikaanse vluchtelingen kan neerpoten zonder ook problemen binnen te halen, niet omdat het Afrikanen zijn, maar omdat het gesloten gemeenschappen zijn, zelfs als ze ‘open’ worden genoemd door verwarde intellectuelen.
    Ter verdere verdediging van Victor: Zijn schijnbare pre-occupatie met filosofen moet je zien in het licht van de door hem sterk gevoelde noodzaak zijn gedachtengoed toch ook te stutten op de nodige filosofen. Hij heeft daarin gelijk, meen ik, want zodra hij bijv. in een debat positie zou innemen, zouden zijn tegenstanders hem zeker om de oren gaan slaan met deze of gene filosoof dra ze ontdekken zouden dat hij geen kaas van filosofie gegeten heeft. Zelf meen ik dat een beetje kennis op dat vlak prima is, maar dat je er ook in kan verzuipen (door de bomen het bos niet meer zien), eigenlijk zoals François (Houellebecq’s hoofdpersoon) en zijn collega’s verzopen in het gedachtengoed van hun favoriete schrijvers. (Overigens is Victor het tegendeel van die François, die door hem juist fel wordt gehekeld in een van zijn blogs.)
    Ik hoop hier toch enig begrip te hebben kunnen kweken. :)

    1. Dank voor je uitgebreide repliek en de verdediging. Begrip heb je zeker gekweekt, ik heb er op dit moment geen antwoord op maar ben wel nieuwsgierig geworden naar het proces dat je schetst en het verraad van links door de jaren heen. Dat is zeker de moeite waard om dieper op in te gaan. Ook bij Victor, met of zonder teiltje ;)

      1. Het woord ‘verraad’ begon voor mij te spelen met het lezen van Carel Brendel’s boek ‘Het verraad van links’ (leestip!). Ik vond het zelf aanvankelijk een ongewoon hardvochtig woord, omdat het een bewuste handeling veronderstelt die ik niet vermoedde, maar in de loop van de tijd kreeg ik door dat het toch het beste woord is om te gebruiken. De ‘verraders’ zijn namelijk meer dan eens gewezen op hun foute handelen en toch gingen ze ermee door. Goedbedoelde kritiek werd in de wind geslagen, niet omdat die onjuist was, maar omdat die onwelgevallig was of omdat er gemakzuchtig (vanuit een behoorlijke arrogantie) mee werd omgegaan. Ja, vanaf zo’n moment pleegt zo iemand toch wel een vorm van verraad, vind ik nu.

    2. Hmm, dat gaat niet goed zo tussen jou en Victor. Ik denk dat je eigenlijk de gastvrijheid van Victor niet op waarde hebt ingeschat. Je hebt details van jullie ontmoeting prijsgegeven die je niet zo had mogen prijsgeven. Stel je bent te gast bij iemand en blogt daarover door te verhalen over de volgens jou spuuglelijke inrichting van de woning en de nare mensen die je er ontmoette. Dat hoor je in principe niet te doen. Alleen als er een maatschappelijk belang mee gediend is, kan je van die regel afwijken, lijkt me. Ik zie hier dat belang niet.

      Ik stel me zo voor dat Victor nu wel moet besluiten dat zijn gastvrijheid te ver is gegaan en dat hij je maar beter niet meer kan uitnodigenn, al was het maar om zeer waarschijnlijk gedoe in vervolgsessies te voorkomen, wat voor beider gemoed beter is.

      Er zijn legitieme redenen waarom Victor een pseudoniem gebruikt. Hij legt ze op zijn website ook uit. Een ervan is, zo stelt hij – en daarin ga ik niet mee, maar ik respecteer het wel -, dat eigenlijk iedereen anoniem zou moeten debatteren, juist om iedereen te laten concentreren op de argumentatie in plaats van op zaken als charisma, toonhoogte, witte benen, etcetera. Overigens vind ik Victor’s echte naam zeker aansprekend en hoop ik dat hij die tezijnertijd toch zal gaan gebruiken, bijv. als hij zou publiceren.

      Dat jij wel nu al onder je echte naam schrijft, betekent absoluut niet dat jij dùs oprechter of dapperder bent. Ten eerste geldt dat je standpunten vooralsnog onvoldoende afwijken van wat sociaal betamelijk wordt gevonden. Voor mijzelf geldt dat mijn standpunten geregeld als onbetamelijk worden uitgelegd. Als ik geen pseudoniem zou gebruiken, zou dat me economisch zeer (kunnen) schaden, temeer daar ik geen Klaas de Wit, waarvan er honderden zijn, heet. Je weet vast wel welke gevolgen mensen die iets voor de PVV zijn gaan doen ervaren bij het vinden van werk, toch?

  2. Met de gastvrijheid van Victor is niets mis. Hij is gastvrij en beleefd. Ik vind niet dat ik te ver gegaan ben, maar als Victor dat vindt, dan verwijder ik de passages die hem in dat verband storen. De mensen (jullie) vond ik niet naar, integendeel zelfs, en uiteindelijk ook de mens Victor niet. Ik heb de intentie gehad zijn thuissituatie enkel te beschrijven als achtergrond en enigszins als metafoor (ter contrast met mijn eigen unheimische gevoel) meer niet. Ik was pissig, en dat kleurt in retrospectief de omgeving. Schrijven, subjectief, over wat ik meemaak, denk, voel, vind ik moeilijk en ik gebruik daarom de ontmoetingen en de omgevingen uit mijn ervaring. Ik probeer dat op een wijze te doen, die erop doelt ook de de waarden van de ik-persoon (mijzelf dus) op het spel zetten. Ik weet heus wel dat als ik schrijf “Ik kijk op (dank voor de verbetering) deze man neer, merk ik, ik beschouw hem door zijn gebrek aan ethisch bewustzijn als minderwaardig” dat ik in het soort denken verval waar ik Victor van beticht, maar exact daarom heb ik het opgeschreven. Zijn positie kan ik ook innemen, en ik heb dat in het verleden, met een andere moraal ook wel gedaan. In Victor herkende ik veel van mijzelf toen ik hem nog voor deze bijeenkomst ontmoette in de bibliotheek, alsof ik een oudere versie van mijzelf tegenkwam, niet in alle opzichten maar wel als het gaat om zijn kennis en redeneertrant. Hij zal hier ook wel weer van moeten overgeven, maar goed, zijn teiltje staat al klaar. Nogmaals ik ben geen alwetend persoon, alleen iemand die niet erg onder de indruk is van het filosofisch geweld waarmee Victor zijn denken stut. Ik vind het gevaarlijk ook. We spraken daar nog over, later, kan ik mij herinneren. Je boekentip neem ik trouwens ter harte, waarvoor dank.

  3. Victor een beetje kennende zal hij zo’n edit-achteraf maar niks vinden. Ook de ad-hominems (al of niet zo bedoeld) kan hij wel aan. Waar hij meer mee zal zitten is met je interpretatie van hem als iemand die anderen mnderwaardig vindt. Tuurlijk, hij zal net als iedereen (in elk geval ik) vast weleens luid of in zichzelf iemand voor dommerik uitmaken, uit frustratie maar niet te worden begrepen. Maar zijn grondhouding is dat alle mensen wel degelijk in de kern gelijkwaardig zijn. Hij bestrijdt alleen maar dat iedereen gelijkwaardig is in de context van een situatie. Voorbeeldje: Binnen de muren van jouw huis ben jij degene die het voor het zeggen heeft, niet een willekeurig ander. Extrapolerend hebben Nederlanders het dan meer voor het zeggen in Nederland dan Afrikanen, zoiets. En in Afrika is het dan precies andersom.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *