De dag na de dood van de schrijver

De dag na de dood van de schrijver ontwaakt als een heldere, koele morgen, een belofte van fel licht en blauwe lucht. Het gaat nazomeren vandaag. Vanuit mijn bed zie ik honderden zonnetjes opkomen in de dauwdruppels op het lage gebladerte in onze tuin. Bij de koffie meanderen mijn eerste gedachten niet langs de schrijver en zijn zelfdoding, maar steken linea recta op Turkije af. Voor de tweede nacht achtereen zijn partijkantoren van de Koerdische HDP in brand gezet. Uit Istanboel stuurden vrienden gisteravond verontrustende berichten. Twee Kristallnachten.

Pas tijdens mijn wandeling naar station Haarlem loop denk ik aan Joost Zwagerman en zijn zelfmoord. In de krant lees ik dingen over de schrijver die ik niet wist, maar waarvan ik vanaf vandaag met heel het land zal doen alsof ik ze altijd heb geweten: tekenden zijn depressies zijn schrijfkunst? Vast.

Gimmick is de naam van de enige roman van de schrijver die ik gelezen heb. Op misschien enkele essays na heb ik verder niets van hem gelezen.  Matthijs van Nieuwkerk’s inmiddels veel geciteerde loftuiting “Wat heeft hij ons geleerd!” gisteravond bij Pauw is helaas niet op mij van toepassing. Ik vind de uitspraak iets ingestudeerds hebben, teveel een eli-eli-lamasabachthani. Ik heb het niet erg op de DWDD-presentator. Toegegeven, Zwagerman verdient bewondering, zijn kunstanalyses waren briljant, al vond ik hem op TV -gelijk Matthijs- wel eens te geaffecteerd en te lofzangerig. Eruditie en eloquentie compenseerden die pose ruimschoots, althans voor wat de schrijver aangaat.

De schrijver behoorde tot het ontologisch meubilair van Nederland, een onzichtbare schakel in de stilzwijgende horizon van ons ‘s Neerlandszijn. Alleen als een schakel ineens ontbreekt, door de dood weggegrist,  wordt zijn ware status zichtbaar. Een plek in de tijd die de schrijver toekomt als een gat.

In de trein naar Utrecht zie ik vele jonge professionals met hun laptopjes en tablets in de weer. Ze ruiken fris, veel frisser dan het volk in de sneltram van Utrecht naar Nieuwegein. Een vrouw met gebroken oogwit kijkt mij aan. Ik lees en kijk kort terug, zoals lezende mensen dat doen.

Bij  bibliotheek De tweede verdieping hebben medewerkers een “I.M.-metje” gemaakt voor de schrijver. Een eerbetoon. Zijn werken worden verzameld, een verse roos wordt gekocht en erbij geplaatst. We praten wat met elkaar over zijn werk, over de dood, over depressies en zelfmoord. Robin Williams vliegt ook nog even voorbij, zonder lach, een beetje verdrietig.

De dag na de dood van een schrijver is een alledaagse dag, een opvallend onopvallende dag.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *