Thuiskomen met een zwartepietmindfulnessfobie

‘Je gaat op reis om weer thuis te kunnen komen,” wierp een vriendin mij vrolijk toe vlak voor mijn vertrek. Ja, -zucht- ik heb die uitdrukking wel vaker gehoord. Ze stelt een eenvoudige dialectische wijsheid aan de kaak: je kunt pas ‘echt’ d.w.z. zelfbewust thuis-zijn als die plek vanuit den vreemde, vanaf een excentrisch punt waarop je niet-thuis bent, weer wordt toegeëigend. Deze toe-eigening heet dan thuiskomen. En volbewust thuis-zijn is dan goeoeoeoed ding, een duidelijk teken van leven-in-het-nu, van betrokkenheid, van binding met je leefwereld oftewel: a sign of being mindful, at best a catharsis of mindfulness.

Ok, natuurlijk, ze bedoelde het lief, deze vriendin, en mijn mindfulness-allergie is nu eenmaal door de vaagste verwijzing getriggerd, dus knikte ik beleefd, gaf haar een betrokken zoen en een dag later vertrok ik voor een kleine maand naar Azië.

Nu heb ik buitensporig grote hekel aan alle therapeutische constructies die op de grondvesten van verwaterde sporen van Boeddhistische en andere oriëntalistische wijsheden zijn ontworpen met als doel het gestreste westerse individu weer op het juiste pad te brengen (en de goeroe-slash-architect ervan steenrijk te maken). Het is Big Business. De juiste weg is dan steevast de fictie dat het leven(sgeluk) maakbaar is, an sich niet meer dan een kwestie van de juiste individuele ‘mindset’ die het leven terug leidt naar een zelf-zijn die in harmonie is met de kosmos en een cartesiaans punt van gevoelsmatige onverstoordheid te berde brengt. Veeg en vaag solipsisme als je het mij vraagt, waarmee ‘s Neerlands toch al vereenzamende rijtjeshuisburger zich nog meer afsluit van de wij-de-maatschappij. Het gelukkige leven is niet maakbaar, de mens lang niet altijd de maat van zijn eigen geluk, maar toch zeggen de goeroes: het is slechts een kwestie van wil en oefening. Yeah sure! Het huwelijk tussen Oosterse wijsheid en westers consumptie-individualisme leidt maar al te vaak tot overvolle zalen vol hardwerkende burgers die zich voor veel geld krampachtig oefenen in het -tja- kramploze zijn-in-het-nu, of men nu spierenrekkend in yogazalen alle geestesfricties wegmediteert, dan wel zich in conferentiecentra overgeeft aan bebaarde allesweters die hun discipelen met oude Oosterse wijn in nieuwe zakken overgieten met verlichting  en verlossing…,van stress welteverstaan.

Maar goed, ik vertrok, had een hele fijne tijd in Taiwan en Zuid-Korea, at de lekkerste spijzen, vrijde vaak en veel, zoop als een ketter en bezocht zelfs in Zuid-Korea een Boeddhistische tempel. Discipline ontbrak me, ik zeg het maar even, zelfs om me in te lezen in alle historische achtergronden -te katerig- van alles wat ik op deze reis tegenkwam. De wil om zinvol te leven heeft zich ook niet kenbaar gemaakt.

Evenwel was ik binnen een paar uur naar aankomst, volstrekt mijn hedonistische niet-zelf, al was ik me dat pas in retrospectief -nu, tijdens het schrijven- bewust. Evengoed, mijn aardse toestand ten spijt, het transcendente had mij deze reis een wijze les voor mij in petto. Want op de agora voor van zevende eeuwse tempel Beomeosa, hoog op een berg, viel mij als vanuit het nirwana gezonden, een inzicht toe:

Hier op de berg  aan de periferie van de havenstad Busan, leeven in alle rust een  gemeenschap van monniken vreedzaam samen. Allen hadden een vreedzame boeddha-lach, grimas of niet. Religie verbindt, niets voor niets is de term etymologisch (volgens een paar geleerden) af te leiden van het Latijnse ‘ligare’, verbinden, en met de ‘re’ wordt de betekenis dan als zoiets van ‘steeds opnieuw verbinden’. Ah, dacht ik, daar gaat het mis bij ons, want de lugubere legering van therapeutische semi-oriëntalistische sofisterij is dat verbindende aspect onder het individualisme geschoven. Daarbij mijn persoonlijke levenssyllogisme: elke religie is zonder humor ik ben van humor, derhalve: ik ben niet-religieus. Maar, dacht ik, terwijl ik de biddende Koreanen gadesloeg, als religie nou een vrolijk volksfeest kon zijn, een verbinden door iets vol vermakelijke leugens, verkleedpartijen, goedaardige en zelfreflectieve beledigingen en natuurlijk met veel vreten en drank: daar zou ik dan wel een adept van worden.

Wat anders dan Sinterklaasfeest…dat zou een prima religio kunnen zijn, dat steeds -jaarlijks- opnieuw verbindt. Het heeft humor, zit vol leugens, en goh die Zwarte Piet, ja bij uitstek de knipoog naar een fout, koloniaal en racistisch verleden. Goede hoop had ik om als Nederlander weer thuis te komen, ik was gered.

Ik werd op mijn wenken bediend…

En het eerste wat ik de avond na thuiskomst op TV zag was Halbe Zijlstra bij Pauw over jawel -er bestaat een God- zwarte piet. Halbe, bang dat nog meer nationalistische volkfeestgangers zouden overlopen naar de PVV, bepleitte een gefaseerde overgang naar de witpiet-met-schoorsteenvegen. RTL had aangegeven de zwartpiet in de ban te doen….

Het was heerlijk thuiskomen, ook op twitter was het feest, scheldpartijen voldoende, humor in het volstrekte gebrek aan…, en ja aangezien ik alle argumenten voor en tegen al gehoord kon ik heerlijk achterover leunen en de leugens, de angsten van mensen t.a.v van een heerlijk fout volksfeest aanhoren en me verkneukelen in de ironie van dat alles.

Het sinterklaasfeest bindt ons, denk ik, steeds opnieuw, aan onze volstrekte gebrek aan verbondenheid, een waar feest van Hollandse mindfulness!

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *