‘Truus’ ex machina: hoop voor de mensheid

–spoiler alert—

In de DekaMarkt in Haarlem-Noord, daar ben ik.

Tussen de mensen en hun boodschappen.

Het is een winterse zaterdag, vroeg in de avond, een uur voor sluitingstijd. Gebroken tl-licht werpt een gouden sluimer over de rommelig gepositioneerde schappen. Jongeren haasten zich in de richting van snoeprek en energiedrinks om daarna linea recta op de kassa af te stevenen. Eenzame huisvrouwen achter vollopende winkelkarren volgen verveeld de paden van hun boodschappenlijstjes. Jonge stelletjes escaleren met negerende stilten de huishoudelijke ruzies die hun monden al aan de ontbijttafel hadden aangeroerd. Nu richten de geïrriteerde verheffing van hun stemmen zich tot hun kinderen, als een voortdurende roep tot de orde. Met in mijn oren de echo’s van fatische opvoedtaal, zoek ik mijn eigen weg door het labyrint.

Er zijn in deze supermarkt nog geen onzichtbare, uiterst uitgekiende verleidingstochten uitgezet tussen ingang en de afrekenende kassa, zoals Albert Hein ze ontwerpt op basis van slim statistisch consumentenonderzoek. Supermarkten zijn neo-katholieke instituten, voor vraatzucht (Gula) betaalt elke doodse consumentenziel onmiddellijk de prijs. De DekaMarkt is nog een beetje protestants, ze laat de rijken hun rijkdom en maakt de armen niet teveel armer; hier is voorlopig nog aan God om de tekenen van uitverkorenheid te vergeven.

Als weifelende atheïst van Hollandse bodem ben ik toch protestants angstig voor het kassamoment, die bij de pinkassa wel te verstaan, waarvan er maar een is voor mensen zoals ik, die niet met papieren aflaten betalen en bovendien wachten in de rij, zoals dat bij de andere kassa’s het geval is, niet als vagevuur, maar als hel ervaren. Want achter de pinkassa zit de Cerberus die ik ‘Truus’ heb genoemd, en Truus is nooit echt aardig. Althans niet tegen mij. Truus rekent me af, ook vandaag, ik heb bij binnengaan niet durven kijken of ze er al zat bij Kassa 12, maar weet dat ze daar op me wacht.

Wat kwam ik hier ook alweer doen? O ja, de wijn was op, brood ook dacht ik, en zal er iets substantieels gehaald moeten worden voor het avondmaal. Koffiemelk ja, dat ook, en afwasmiddel. Ik vergeet voortdurend de soorten tekorten die mij hierheen brengen. Boodschappenlijstjes in mijn hoofd bevinden zich altijd in een mist, kennen een onophoudelijk vervagend bestaan; ik herschrijf ze constant, semi-spontaan en re-creatief aan de hand van de producten die mijn ogen opmerken. Voor de AH zou ik de perfecte consumerende unit zijn, meanderend-dromend-denkend zou elke verleiding mij teveel worden. Oorzaak van mijn dwaaltocht ditmaal: de film Ex Machina.

“Wij moeten die film analyseren/ volgende week verslag, presentatie/ voor punten” had M. me gistermorgen geappt. “Voor de minor Genderstudies”, dat ik het even weet & of ik het leuk vond haar te helpen met de analyse & of we de film dan vanavond in bed gaan kijken -vraagteken-.”

“bonne idée”, appte ik terug.

Aldus haar plan, waarnaar mijn verlangen zich heel simpel kon voegen, zo niet ronduit in de haar opzet geanticipeerd was. Mannetjes zijn mannetjes, weet ook M., die dondersgoed in de gaten heeft hoe ‘in bed film kijken’ door de mij wordt opgevat. Al na 1 minuut Ex Machina werd de almachtige Aphrodite op ons kleine stuk toneel neergezet. “Tsss,… film kijken in bed, wat een goed idee…”, fluisterde ik nog in haar oren, toen ik de laptop dichtklapte.

De ‘Friese Vlag, Maak meer van je koffie’- koffiemelk is in the pocket, maar had ik nou nog koffie nodig om meer van te maken? Dus zag ik me gedwongen deze middag de film te bekijken, alleen. De analyse vindt nu plaats, hier in de supermarkt. Post delictum was mijn mijn belofte haar verloren tijd weer goed te maken gemakkelijk verkregen. Gelukkig bleek Ex Machina een briljante film te zijn met -maar dat moet juist- een teleurstellend einde. Een klassiek Griekse Oedipusachtige tragedie gecombineerd de lange Bijbelse traditie(s) van het genesisvraagstuk met het exodusmotief, een prevalerend verlangen naar vrijheid die als uiteindelijke Deus ex Machina alias ‘olifant met de grote slurf” die het filmverhaaltje met een grote trompetter uitblaast. Voor de historici: in oudgriekse tijden werd de acteur ‘God’ via een takelmechanisme (‘uit de Machine’) op het toneel gezet om alle tragische spanningen in een definitieve plotwending of transcendente handeling op te lossen. Volgens Wikipedia was het Aeschylus de uitvinder van het plotmechanisme. The easy way out, de stupide hak van Alexander’s zwaard door de Gordiaanse knoop.

De schepping van ander bewustzijn, van kunstmatige intelligentie, bedenk ik me – Enjoy Coca-cola in de mand- zet de menselijke identiteit op het spel. De film laat dit heel mooi zien. In de film wordt Ava ( Eva), de heteroseksuele geprogrammeerde, vrouwelijke AI, in een afgelegen, raamloos oord in the middle of nowhere (Paradijs?) getest door de Caleb, bèta-man, midden twintig en partnerloos.

Big Brother, genie en schepper van Ava is Nathan. Nathan is het ultieme alfa-mannetje. Als eigenaar/oprichter van een Google-achtige multinational heeft hij zijn roedel werknemers bestudeerd en daaruit Caleb gekozen om Ava te testen. Caleb denkt dat hij een prestigieuze prijs heeft gewonnen. Hij mag een week doorbrengen met en in het geweldige huis van zijn baas Nathan. In werkelijkheid heeft Nathan Caleb zorgvuldig geselecteerd en het uiterlijk van Ava aangepast aan Caleb’s seksuele voorkeuren (pornobezoek). Nathan is Big Brother, ziet alles. In de film openbaart zich de test van Ava zich in eerste instantie als de Turingtest (TT): Nathan moet bepalen of Ava’s reacties blijk geven van menselijke intelligentie. In de klassieke Turingtest staat er een muur tussen de onderzoeker en de anonyme AI/Mens, en de dialoog verloopt uitsluitend geschreven taal. Indien de onderzoeker denkt dat het een mens is die reageert, terwijl het de AI is, dan is de test geslaagd en is er sprake van kunstmatige intelligentie. De rode draad van de film is dat stapsgewijs de ware aard van de testopzet zich laat zien. De klassieke TT houdt geen stand.

Wel blijven twee cruciale elementen van de TT in de film overeind staan: 1) het ‘brein’ van de AI is een black box, het exacte mechanisme dat intelligentie en bewustzijn produceert doet er niet toe, het geobserveerde gedrag is wat intelligentie bepaalt en 2) de maat van de test is de menselijke maat, de mens bepaald of de AI een een intelligent bewustzijn heeft dan wel een computer is.

De muur tussen AI en onderzoeker is er niet in Ex Machina. Nathan weet heel goed dat Ava een AI is. Haar masker is dat van een aantrekkelijke jonge vrouw, maar haar nek armen, buik en benen zijn doorzichtig en laten het glinsterende robotgeraamte zien. Dat Ava intelligent is, staat voor de kijker eigenlijk van meet af aan vast. Caleb wordt al tijdens het tweede gesprek zelf een onderzoeksobject voor Ava. Op dat moment gebeurt er iets bijzonders. Er is sprake van een dialoog die voorbijgaat aan wat binnen de klassieke turingtest mogelijk is. Man en vrouw spreken, als man-mens en vrouw-machine. Liefde, verleiding. Intelligentie en bewustzijn, zo blijkt is gender-afhankelijk, aldus de premisse van Nathan. Gevoelens van affectie en hun maskers zijn de ware aard van het intelligente spel van maskers en rollen tussen de Caleb en Ava. Haar masker hangt symbolisch naast Oudgriekse tragediemaskers in de hal van Nathan’s lab.

Tijdens de test valt de stroom soms uit, dan kunnen Caleb en Ava vrijuit praten, zonder dat Big Brother Nathan in staat is om ze te observeren. De intermezzo’s bieden Ava en Caleb de gelegenheid om ‘echt’ te converseren. Ook deze momenten zijn deel van de test en natuurlijk kijkt Nathan ook dan mee.

Het hoogtepunt van de film voor mij is het moment waarop Ava Caleb niet alleen verleidt, maar doet twijfelen aan zijn eigen menselijkheid. Hysterie pur sang volgt als willens en weten een mens geconfronteerd wordt met een niet-menselijk intelligentie wier gedrag volstrekt binnen de menselijke horizon valt. Dan komt die horizon en alle basisaannames rondom menselijkheid die daarin verscholen liggen op het spel te staan. Als die andere mens die mij zo nabij staat geen mens is, wie ben ik dan? De cartesiaanse genius malignus keert dan terug, betwijfelt subject zelf (= zijn eigen identiteit). Caleb snijdt zichzelf in de arm om te zien of hij wel van vlees en bloed is. Voor mij had de film daar mogen eindigen, als filosofisch hoogtepunt, maar ja, een tragedie moet nu eenmaal tragisch eindigen.

Ondertussen dringt vraag  zich op of Ava echt verliefd werd op Caleb, of dat er een ander ‘echt’ motief haar parten speelde. Ava, en haar voorgangers, allemaal intelligent en dus geen ding, geen zielloos bezit, maar slaaf van Nathan, wilde vrijheid bovenal en de werkelijke test was of ze in staat was Caleb te gebruiken om zich te bevrijden. Dat Nathan wel degelijk meekijkt tijdens de stroomuitvallen wordt uiteindelijk door Caleb en Ava tegen hem gebruikt. Caleb voert Nathan dronken, steelt zijn pasje en code en opent alle deuren, een dag later herhaalt hij deze opzet opzichtig zodat Nathan denkt dat hij het plan dan pas ten uitvoer brengt en op het verkeerde been wordt gezet. Nathan, Ava’s vader/schepper doodt ze, oimoi a la Oedipus en vertrekt naar het beloofde land, de menselijke maatschappij. Ava heeft het laatste woord, als zij na de vadersmoord ook Caleb opsluit, vertrekt en de arme jongen  verder geen blik meer waardig gunt. Ava is een femme fatale. Haar daad is nog te rechtvaardigen is ook, want Nathan bleef zijn schepping als bezit beschouwen en een denkend ding is als bezit nu eenmaal een slaaf. Een slaaf die voldeed aan haar meesters wens.

Douwe Egberts koffie, lekkere koffie, check- de pointe van de film is natuurlijk dat mens noch God uit de machine voortkomt, het is de machine, de AI die zichzelf op het menselijke podium neerzet. De Deus is mens, maar zijn creatie is minstens even machtig en na de schepping verliest de mens onmiddellijk zijn godgelijke status.  Nietzsche’s “Gott ist tot! Gott bleibt tot! Und wir haben ihn getötet.”, herhaalt zich, alleen is de mens nu aan de beurt. Nathan wordt gedood door de machine. De nieuwste versie van de TT is misschien wel bepaald, ingegeven door Hollywood, door een heel ander criterium dan enkel die van de misleiding middels taal en voorkomen. De AI moet de testende mens zelf testen, de test tegen haar schepper keren, de schepper liefs door misleiding te doden.

Machina ex machina, of simpelweg ex machina, maar in mijn ogen een te gemakkelijke uitweg, toch een Deus ex Machina.

Hysterie en..ik kijk naar mijn volle boodschappenmand, zie kassa 12 met Truus zitten..angst. Als de ander echt een ander is, perfect kan doen alsof, misschien wel intelligenter is dan wij, een Skynet verstopt in een verleidelijk lichaam, dan is die ander de ultieme bedreiging. Frankenstein’s monster. Ik leg mijn voedselproducten op de band van Truus… ze worden een voor een gescand. Truus kijkt me al boos aan. Nee, Truus’ zestigjarige lichaam kent niet de proporties die zijn berekend op basis van mijn voorkeuren op het net. Ik weet zeker dat mijn pinpas wederom niet gaat werken bij haar apparaat. Ik zie herkenning in haar blik. Het afrekenen haperde al diverse keren vorige week. Die man weer, ja daar heb ik weer. Net als de voorgaande drie keer zal ik bij een andere kassa moeten afrekenen en Truus zal mij weer op de man af verwijten dat mijn pinpas aan vernieuwing toe is, dat het niet ligt aan haar apparaat, ook al doet deze het bij alle andere apparaten, iets wat zij niet gelooft als ik het aandraagt. Ik zal mij weer moeten inhouden, het oordeel over me heen laten komen. Truus is, weet ik nu zeker, een veel subtieler ontwerp dan Ava. Ik voel me een ding, zoals meestal in supermarkten, een machine die moet opladen en door andere machines bediend wordt.

Het waren Horkheimer en Adorno die in hun meesterwerk Dialektik der Aufklärung de donkere schaduw van de holocaust de Verlichting als schuldige aanwezen voor de beheersing van het moderne menselijk universum door het technocratische denken, die met het wetenschappelijke methoden aan haar zijde alles, zowel natuur als de mens zelf incluis verdingelijkt ofwel reduceert tot een slechts middel  met betrekking tot het doel om alles te beheersen. Auschwitz was het moment waarop alle mensen dingen werden, nummers met de dood als hun product. Zo erg is het niet, dacht ik, want de tijd van een ex machina komt eraan. We zullen een ding produceren dat leeft, een ding dat terug praat, verleidt misschien, maar bovenal voor het eerst weer oprecht de vraag doen stellen wie wij zijn. In bedreiging van de AI schuilt iets moois.

Als mijn pinpas door het afrekenapparaat geweigerd wordt, verschijnt er een glimlach op het gezicht van Truus. “Het komt vaker voor lieverd, loop maar even naar de sigarettenbalie met dit bonnetje en reken daar maar af. Fijne dag.”

Lieverd, dacht ik, terwijl ik M. Probeer te bellen, ik ben helemaal geen ‘lieverd”..,maar jij, wie je ook bent verder, bent wel definitief ‘Truus’ af.

 

2 responses

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *