Ode aan Christopher Hitchens

bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Christopher_Hitchens.jpg auteur: ensceptico

bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Christopher_Hitchens.jpg auteur: ensceptico

Het leek me een buitengewoon lief mens, deze Creoolse jodin. Ze was een type dat na een moeilijke levenstart stilaan in een welverdiende milde herfst van haar leven was beland. Met haar mollige, beweeglijke lijf gestoken in een swabberende jurk gekleurd met vrolijke West-Afrikaanse tinten, was ze tot mijn verbazing druk in de weer met een bezem op de zandvloer van de Mikvé Israel-Emanuelsynagoge. De tempel stond op het must see-lijstje van onze vooral-zon-en-een-beetje-cultuur-vakantie en werd in de koele vroegte van een dinsdagmorgen tijdens een uitstapje naar de Punda-wijk van het Curaçaosche Willemstad door ons bezocht. Haar wuivende vingers gebaarden me lachend met typische hoge sniktoon, een kippah op te doen zoals alle mannen in een Joodse tempel dit aan Jahwe nu eenmaal verschuldigd zijn te doen. Ik deed wat zij vroeg uit respect voor deze plek, en misschien nog meer om deze vrouw tegemoet te komen in haar gastvrije vriendelijkheid. Met een laagje stof tussen God en mijn ziel betrad ik de netjes vereffende zandvloer en en ging snel zitten om het achttiende-eeuwse gebouw in alle rust gade te slaan. Ik luisterde, terwijl de voeten van mijn jongedame J., mijn blootshoofds gebleven reisgezellin, nonchalant sloffend de bodem in de natuurlijke woestijntoestand terugbracht. Hoorde ik een echo van de knisperende herinneringen van stoffen tabernakels die meanderend in de religieuze oertijden en -plekken dan eens hier, dan eens daar in de blote aarde werden gepland? Of was het het zandgedempte geluid van de voetstappen van de Spaanse en Portugese ‘conversos”? Van al die Sefardische Joden die onder het juk van dat verhitte Spaans-inquisitatoire katholicisme verkoeling zochten in hun geheime, ‘geborgen’ tempels waarvan de zandvloer, nee elke korrel inmiddels een teken is van menselijk overleven en voortzetting van het geloof. In retrospectief natuurlijk, i.e. na de diaspora van de Joden uit dat vervloekte Iberisch schiereiland. En toch, dit moment, meer dan ooit, maakte van mij definitief een radicaal atheïst.

Het was ongetwijfeld een geval van serendipity, dit moment waarop paradoxaal genoeg de charme van de Creoolse Jodin mijn goedige, tolerante houding ten opzichte van religie definitief doorbrak. Serendipity als ideële eigenschap, de ‘toe-vallende’ oorzaak van dat specifieke punt in de tijd waarop de geest van het activistisch atheïsme als een donderslag bij heldere hemel op mij neer daalde. Een soort Paulusmoment, als een bliksemvisioen op de weg naar Damascus, een cesuur van bovenaardse proporties waarnaar geen terugkeer meer mogelijk is maar enkel een doldriest doodsverachtend verdergaan. Serendipity, want Christopher Hitchens, mijn atheïstische held, wiens werk ik de afgelopen maanden met bewondering heb gelezen, had de wegen naar dit moment reeds gebaand en betegeld.

Christopher Hitchens verwierf zijn faam of beruchtheid eind vorige eeuw aanvankelijk door zijn felle anti-Clinton-opinies en dito stukken die hij inter alia ventileerde in Vanity Fair. Zijn beargumenteerde afkeer jegens Bill Clinton vond zijn definitieve weerslag in zijn boek <em><a No One Left to Lie For. Na de millenniumwisseling bleef hij in gesproken en geschreven woord een fel tegenstander van alles wat met Bill of Hillary te maken heeft. In de veranderde wereld van post- 9/11 werden zijn politieke opinies vooral bepaald door een Pro-W. Bush/pro-Irak-oorlog-standpunt, en werd hij nog feller anti-religieus dan voorheen. Uiteindelijk zou hij vooral bij het grote publiek bekend worden om zijn atheïsme en gold ten tijde van zijn dood in 2011 als de voornaamste woordvoerder van een activistisch atheïsme dat hij samen met mensen als bioloog Richard Dawkins en filosoof Daniel Dennett publiekelijk uitdroeg. Al sinds 1989, toen de Iraanse, sjiitische dictator Khomeini een fatwa uitsprak over zijn vriend de schrijver Salman Rushdie n.a.v. zijn boek De Duivelsverzen, sprak Hitchens zich openlijk en uiterst fel uit tegen de macht en onnozelheid van religie in het algemeen, en islam in het bijzonder. Met een subliem scherpe pen en de retorische vermogens van een moderne Cicero, veegde de Brit zonder pardon de vloer aan met menig rabbijn, priester of imam in allerlei talkshows dan wel in polemieken in weekbladen van het land waar hij sinds 1981 woonde, de VS. YouTube, goddank het internet, biedt een blijvende getuigenis van veel van zijn optredens. Het christendom werd daarbij ook allesbehalve gespaard. Zeker het incestueuze katholicisme niet, dat met moderne heiligen als moeder Theresa, wier goedertierenheid voor Hitchens als de zuivere personificatie was van alle schijnheilige terreur van de Roomse kerk gold (lees: The Missionary Position: Mother Teresa in Theory and Practice). Iets, maar niet veel milder was Hitchens over het Jodendom.

Waar veel Amerikanen zijn politieke ideeën, die zij veelal in de conservatieve sfeer plaatsen moeilijk kunnen rijmen de in hun ogen uiterst radicale opvattingen rondom God, staat en kerk, is het voor een Europeaan makkelijker. Hitchens was een man van de radicale Verlichting. Een man van Spinoza, voor wie ethiek en politieke stelsels gebaseerd moeten zijn op de rede en logica in plaats van geloof. Een man van de Darwin en Einstein, als het gaat om de voorlopigheid van de stellingen die de rede (én die over de rede zelf) voortbrengt in het licht van wat de empirie, de zintuiglijke wereld aan bewijsvoering levert. Het beste weten komt van de wetenschap en wetenschap is even feilbaar als de mens. De nauwelijks verhulde bewondering die uit Hitchens kritische biografieën van Thomas Jefferson en Thomas Paine, beiden op hun manier grondleggers van de Amerikaanse rechtstaat, laten in mijn ogen aan de diepe verankering van zijn ideeëngoed in de Radicale Verlichtingstraditie geen twijfel mogelijk.

Mijn held dus. En juist tijdens deze zonvakantie in Curaçao las ik misschien wel Hitchens magnum opus god is not Great (god moedwillig met kleine ‘g’) waarin the Hitch zo ongeveer alle pro-theïstische argumenten die er bestaan met de grond gelijk maakt. Heerlijk leesvoer voor op het strand, al weerhield het me niet om toch even kerkjes (en synagogen) te kijken op dat mooie maar verder weinig cultuurrijke eiland van ons koninkrijk. Dat ook Christopher anti-theïsme een grens heeft, biecht hij in bovenstaand filmpje in een taxi, ongetwijfeld na afloop van een debat op aan zijn medeforens. Hitchens vertelt over een discussie die hij had met de darwinist Richard Dawkins, eveneens een strijder tegen alles wat religie heet. Dawkins vroeg hem wat hij zou doen in het hypothetische geval van een wereld waarin het atheïsme had gewonnen en alle religie was verdwenen, op één gelovige na. Christopher antwoordde niet, zoals Dawkins verwachtte, dat hij ook deze laatste discipel zou overtuigen van het niet-bestaan van God en religie van de aardbodem verdween, Verrassend? Dawkins was in ieder geval wel stomverbaasd, ‘And the incredulity with which he (Dawkins) looked at me, vertelt Hitchens smalend, ‘stays with me still‘. Natuurlijk gaf dit filmpje aanleiding tot veel speculatie rondom de aard van Christophers atheïsme. Was hij niet stiekem een gelovige? Was het allemaal een act? Ik denk het niet. Ik denk dat het iets met zijn dialectische natuur te maken heeft, dat iets (religie) alleen maar ontkent kan worden en overstegen als het in negatie ook behouden blijft. En dus een er op zijn minst één gelovige nodig. Maar dat is speculatie.

Wat voor mij van belang was, dat ik ervan overtuigd ben dat ik die dag in Willemstad in de persoon van de Creoolse Jodin deze laatste gelovige heb ontmoet. Dat dat niet waar kan zijn, besef ik,

het is ik, vrees ik, een kwestie van geloof.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *