Mijn pestgeweten heet Nienke

Vandaag had ik een openhartig gesprek met onze vakantiebuuv’. Ze bewoont samen met haar man Erik en hun drie kinderen tijdelijk de Vacansoleil-stacaravan of woonkubus pal naast de onze. Zoals vaak met onbekenden die elkaar in exosferen ontmoeten en taal & natie delen, slaat de wederzijdse vreemdheid al een of twee contactmomenten pardoes om in een intieme nabijheid en voelt men zich vanwege het eenmalige karakter van de ontmoeting volledig vrij om van het hart geen moordkuil te maken. Onderwerp van het gesprek was haar maagverkleining. Ze vertelde hoe schaamte en pesterijen haar twee jaar geleden tot deze verregaande ingreep hadden gedreven. Ik luisterde en voelde mijn maag verstenen. Plots herinnerde ik me mijn eigen pestgedrag tijdens de lagere schooltijd. Achter ons hoorde ik een groep kinderen in de speeltuin zo’n tien meter verderop gezamenlijk een ander kind pesten, dat na een paar minuten in huilen uitbarstte. Gevalletje Jungiaanse synchroniciteit, toeval of niet ;).

Kinderen hebben geen geweten. Ze volgen braaf of minder braaf de ouderlijke regels, in zekere zin zoals middeleeuwers de geboden van de priesters, natuurlijk vanwege enkel de dreiging van nare consequenties. Ik bedacht me, terwijl de vacansoleilbuuv verhaalde over kwellingen, pesterijen en de onzekerheden waarmee ze gedurende haar te-dik-zijn worstelde, dat ondanks alle Rousseauaanse idealiseringen van de natuurlijke goedheid van het infantiele,  ethiek wel degelijk een kwestie is van civilisatie, en dus niets anders dan een volstrekt volwassen aangelegenheid kan zijn. Diderot’s gelijk stond naast me.

Een soortgelijk pestverhaal had ik al eens eerder gehoord van een goede vriendin die dezelfde operatie heeft laten uitvoeren. Ik herinner me haar relaas over hoe zij in de bus en ander ov-vervoer telkens weer uit het lacherige geroezemoes moest vaststellen dat zij het subject van harteloze spot was. Volstrekt vreemde forenzen kwamen spontaan in contact met elkaar, vormden een cirkel, een groep rondom een gemeenschappelijk spot-subject: zij. Zij leefde tussen duivels.

Het onderscheid tussen volwassenen en kinderen is ten aanzien van al het menselijke dat buiten een zekere esthetische norm valt, te verwaarlozen. Behalve wellicht voor diegenen met een ‘geweten’.

Ten aanzien van deze bijzondere groep, en alleen op dit vlak, durf ik te stellen dat ik een civiel  ‘geweten’ heb ontwikkeld en er deel van uitmaak. En dat ondanks mijzelf en mijn lang niet altijd even moreel hoogstaande karakter. Een geweten is niet een soort godgegeven morele faculteit (conscientia) in de geest, een vonkje heilige geest of zo die je ten aanzien van elke praktische situatie/morele kwestie de correcte keuzerichting en handelingswijze inblaast. Zoiets, maar dan nodeloos ingewikkelder, hebben de Christenen ons willen wijsmaken. Nee, mijn geweten is een soort schuldgevoel – ook heel christelijk – waardoor een bepaalde empathie in specifieke situaties steeds wordt teruggeroepen. En deze schuld, heel praktisch, is niet godgegeven maar ontstaat, kent een uiterst concrete genese. Mijn gewetensgenese heet ‘Nienke’. Nienke was een geadopteerd meisje; ze was Aziatisch qua uiterlijk en met haar elf jaren naar onze normen iets te dik. Zij werd, ook wel eens door mij, stevig en gestructureerd gepest tijdens haar tijd op lagere school ‘t Eenspan in Emmen. Het beeld dat mij tot de dag van vandaag bij is gebleven, is hoe zij huilend door het bos achterna werd gejaagd door een groep pesters. Ik weet niet meer of ik bij die groep jagers hoorde, maar dat kan. Ik deed in ieder geval niets. En niets is te weinig.

Later zag ik Nienke nog eens, bij de bushalte in Emmen-centrum. Haar leven was geruïneerd en zij koesterde terecht nog veel wrok jegens haar pesters. Het was een kort gesprek waarbij ze me niet in de ogen aankeek. Begrijpelijk. Nu, telkens als ik iemand hoor oordelen of grapjes maken over te dikke, te lelijke, te lange of te misvormde mensen, zie ik een klein meisje huilend rennen door het bos. Net als veel volwassenen met een pestjeugd rent Nienke waarschijnlijk nog steeds. Mijn geweten laat mij op momenten zoals nu bij de buuv’ meerennen. Het is een klein offer, een overzichtelijke schuld die zich nooit laat terugbetalen. Maar een zegening ook.

En ergens hoop ik dat Nienke dit leest. Niet om mijn geweten definitief te sussen, maar om haar echt te laten weten, dat het me spijt…

…en – zegt de volwassene in mij – altijd zal spijten.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *