Esther

Horen we buiten onze illusies innig dwalen. Binnen zien we onze magie saamhorig knetteren. De laatste keer. Dan. Terwijl grond onder voeten openbreekt. Weet jij het ook. Dat domme, dunne ijs. Wij zijn de steen en de paljas geworden. Jij, veranderd, staat daar statig een prachtig lichaam te zijn. Bij de deuropening open je ogen. Ecce. Kijk nog eenmaal door mij heen. Laatste woorden maken een zin van pijn. Even is de ziel bijna terug. En ik? Ik wend versteend mijn gezicht af, alsof ik niet anders kan, alsof ik anders niets kan. Nog net zie ik het donkere water jou omhelzen. Voel kou alle adem benemen. TL-licht en schemer dringen zich ertussen. Demonen zonder gezicht, zonder stem. Verdwijnt binnen de lach uit het bos. Buiten sluiten kleuren zich op in de grijze kamers. Verstoken van victualie. Onderzees op golven van zeeduinen. De bodem. Een donker, grenzeloos nirwana. Langzaam opgaand in snelle bewegingen. Jouw zeestroom voert jou mee, het zware anker laat mij verzonken. Mijn hemel neemt mij op, de aardse machten laten jou gegrond. Het is ooit anders geweest, anders dan alsof, het nooit anders is geweest. Alleen tijd nu nog, niets meer. Ik was, jij bent. Jij was, ik ben. Voor altijd verder.

credtits foto: © Publicdomainphotos | Stock Free Images

.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *