Weer geen drie kerstgeesten vannacht… Fok Charles Dickens

Dickens Christmas Carol-verhaal heb ik nooit gelezen. Shame on me natuurlijk. Wèl heb ik zo ongeveer alle verfilmingen gezien. Dat krijg je als je al tweeënveertig Kerstmissen hebt meegemaakt. Ze hebben hun sporen nagelaten, die Scrooge-films. Want sinds een jaar of vijf heb ik last van een vreemd verlangen: Ik wil ook wel eens ‘gescroogd’ worden!!! Ik wil ook wel eens in de kerstnacht door drie geesten/tijdsprofeten bezocht worden en op eerste kerstdag na een catharsis-nacht wakker worden als een ‘goed mens’, verlost van al mijn zonden. Ik zou dan inderdaad de grootste kalkoen van de Albert Heijn kopen, en schenken aan…iemand die het minder heeft. In Noord-Haarlem behoor ik, vrees ik, veelzeggend genoeg zelf tot de wat armlastigen van de buurt, maar evengoed, da’s vast wel op te lossen. Verlost, bevrijd van al mijn kettingen zal ik de rest van mijn leven weldaden verrichten, een kindervriend zijn en alleen maar lief voor mijn vriendinnen zijn et cetera.

Maar helaas. Een zwart niets vannacht, een slaap zo diep dat alle levende tijdruimte oploste, was mijn kerstdeel. Alleen de ongebruikelijk intense stijfheid van mijn spieren vertelde me vanmorgen dat er minstens tien lege uren waren verstreken. De klok bevestigde dit. Gelukkig scheen de zon. Een smalle bundel hemellicht werd door een kier van de gordijnen dwars door mijn slaapkamer op mijn boekenkast geworpen. Een enkele bundel lichtte helder op. De mooie Pinguïn Classic-vertaling van Dante’s Inferno riep om mijn aandacht. Het werk was cadeau gedaan door een vriendin die ik niet meer zie. De kaft is door de hond van een andere vriendin, die ik nog wel zie, gemarteld, wat het boek de anciënniteit verleent, die het toekomt. Ik plukte het uit de kast en sloeg de kaften uiteen. Het wat statige vertaal-engels van Dante’s canto’s staat in het werk mooi zij-aan-zij met de dichters eigen Italiaanse zinnen die na al die eeuwen niets aan levendigheid hebben ingeboet. Ik zag – want jezusmaria het is Kerstmis – er een teken van God in, het begin van een verheven komedie van de rest van mijn leven. Toch verlichting, yes, nog even en ik kan net als Mr. Scrooge in een manie de straat op rennen, te luid en vals kerstliederen zingen en iedereen omhelzen enzo. Maar ja, die eerste mooie zin uit Dante’s Inferno wees mij – ondanks zichzelf – op een waarheid die verder lezen onnodig maakte.

Nel mezzo del cammin di nostra vita/ mi ritrovai per una selva oscura /ché la diritta via era smarrita.

In het midden van onze levensweg, vond ik mij terug in een donker woud, met de juiste weg verloren.

En zo vond ook ik mijzelf weer terug. Voor mij is de dwaling de juiste weg. Want dat maakt dat er vele van zijn en veel mogelijkheden creëren veel vrijheid. Ik hou nu eenmaal van mijn vrijheid. Mijn Beatrices en levensgeluk zoek ik wel als een dwalende en niet om me te conformeren aan een verheven God en teleologie, die het levensgeluk beloven in ruil voor voldoende loutering en schuldbekentenissen.

Enfin, wat een diepe overwegingen allemaal op de kerstochtend. De les: drink om kerstochtend na het ontwaken zo snel mogelijk je koffie en doe de kerstgeest van Dickens zo snel mogelijk terug in de fles. Ik ga dat Scrooge-boek van Dicky-Dickens nooit lezen in ieder geval.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *